Renaud Hamaide: 'Wij willen hetzelfde als de Wereldtentoonstelling'
Renaud Hamaide Viparis

“Wij willen hetzelfde bereiken als een Wereldtentoonstelling”

Met een budget van bijna een half miljard euro op zak kan Renaud Hamaide de komende tien jaar Paris Expo Porte de Versailles klaarstomen voor de toekomst. De Wereldtentoonstellingen en alle stakeholders hebben de basis gelegd voor het beurscomplex van de toekomst, vertelt hij.

Renaud Hamaide

Juni 2015 gaat een bijzondere maand worden voor Renaud Hamaide, directeur van Viparis, het bedrijf dat 95 procent van de beursoppervlakte in de Parijse regio beheert.
Cnit Paris La Défense, één van de tien locaties, sluit dan voor vier jaar haar poorten. De Franse hoofdstad staat aan de vooravond van het ambitieuze project Grand Paris, dat de Île-de-France toekomstbestendig moet maken. De beleidsmakers beloven de 12 miljoen inwoners een duurzame, creatieve en op solidariteit gebaseerde woon-, werk- en leefomgeving. Een forse uitbreiding van de logistieke infrastructuur vormt hiervoor de basis, met onder meer een aantal nieuwe metrolijnen. Eén daarvan komt onder Cnit door te lopen en de werkzaamheden daarvoor maken het onmogelijk om de beurslocatie operationeel te houden.

Porte de Versailles

Elf dagen later start een megaproject in één van de andere locaties van Viparis. Porte de Versailles begint dan aan een tienjarig traject waarbij 497 miljoen euro wordt geïnvesteerd in een grootscheepse renovatie en nieuwbouw van beurshallen, een congrescentrum en een on site hotel.
“Een belangrijke opdracht van de gemeente is ook om Porte de Versailles te integreren in de stad, in plaats dat het een stad op zichzelf is”, vult Renaud Hamaide aan.
Viparis is bij dit project niet alleen betrokken als managementbedrijf, maar ook als bouwbedrijf, want het fusiebedrijf van de Parijse Kamer van Koophandel (CCIP) en vastgoedbedrijf Unibail-Rodamco heeft ook de tender gewonnen die het stadsbestuur voor dit project had uitgeschreven.
“Voor ons een logische zaak om dit project te willen hebben”, verklaart Hamaide. “Het is het grootste project in deze sector in Europa. De veranderingen zijn voor ons hard nodig om in de toekomst geen business te verliezen en we hebben een leasecontract dat loopt tot 2026.”

Hoe zijn jullie tot een voorstel gekomen?

“Het was moeilijk om ons een nieuw Porte de Versailles voor te stellen. We werken hier al zoveel jaren en zijn zo gewend aan deze locatie.”
“Daarom hebben we aan al onze stakeholders gevraagd hoe het zou moeten worden. Echt alle: beursorganisatoren, PCO’s, exposanten, bezoekers, de buren, de politiek en ook niet-exposanten en niet-bezoekers. Vertel ons wat je zou willen, zonder enige beperking. Uiteindelijk zie je dat alle ideeën die zijn opgekomen in dezelfde richting wijzen.”
“We hebben vervolgens een architect verantwoordelijk gemaakt om dit uit te werken in een concept voor een masterplan. Als uitgangspunt hebben we het grootste evenement ter wereld genomen: de Wereldtentoonstellingen. Hier werkt men altijd met paviljoens en elk paviljoen is anders; moet ook anders zijn. Wij willen hetzelfde bereiken als een Wereldtentoonstelling, maar dan jaarrond voor de komende vijftig jaar.”
“We hebben de façade van elk nieuw paviljoen door een andere Franse toparchitect laten ontwerpen. Vermaarde architecten als Jean Nouvel, Christian de Portzamparc, Dominique Perrault, Denis Valod en Jean Pistre. Voor het hotel hebben we nog geen architect gekozen, maar het zal weer iemand zijn met een grote signatuur op het gebied van Franse architectuur. Porte de Versailles wordt een plaats waar je de top van Franse architectuur zal vinden. Een plek met een wow-factor, die helpt om een beurs wow te maken.”

Waarin gaan we de suggesties van de stakeholders in terugzien?

“Porte de Versailles staat bekend om de vele auto’s en onduidelijke routes en kruispunten voor de mensen die rondlopen. Er komen nu drie assen over het terrein, waar het verkeer niet kan kruisen met bezoekers. Ook onze buren komen we tegemoet. We gaan parkeerruimten voor het vrachtverkeer creëren, weg van de straat, dicht bij de paviljoens en uit de buurt van de bezoekers.”

Is er ook sprake van uitbreiding van het complex?

“We hebben een periode van vijftien jaar achter de rug, waarin de capaciteit in Europa alleen maar is toegenomen. De huidige ontwikkeling laat geen uitbreiding zien, zelfs een kleine inkrimping. In China, Singapore, Jakarta, Manila … daar zie je nieuwe exhibition centres ontstaan en uitbreiding in vierkante meters. Niet in Europa. Daar zie je alleen nog maar renovatie.”
“Kijk in Nederland naar Jaarbeurs. Daar creëert men een bestemming met een grote variatie aan faciliteiten, dat meer is dan alleen een beurscomplex.”
“Zelfs met een casino”, voegt Hamaide er lachend aan toe. “Dat zou ik ook wel willen, – dat zou zeer winstgevend zijn -, maar dat is hier helaas niet toegestaan.”
“We hoeven de capaciteit niet uit te breiden. Twee jaar geleden hebben we Paris Nord Villepinte nog uitgebreid. Alleen SIAL gebruikt alle vierkante meters en verder hebben we nog Maison & Objet en SIMA, die vrijwel het hele complex gebruiken. Voor het overige hebben we alleen maar capaciteit over.”
“Ook het nieuwe Porte de Versailles zal iets kleiner zijn dan in het verleden. Het was ooit 226.000 m2 en zal nu op zo’n 220.000 uitkomen.”

Wel komt er een compleet nieuw congrescentrum bij. Die stond volgens mij al lang op het verlanglijstje.

“Omdat we tien venues in Parijs managen, verkopen we eigen meer de bestemming dan de locatie. Met het congrescentrum ontwikkelen we een accommodatie waar we evenementen kunnen ontvangen, die we nu niet aankunnen. Het grootste wat we nu hebben is Palais des Congrès met zo’n 4.000 stoelen en 25.000 m2 expositieruimte verdeeld over verschillende verdiepingen.”
“Het congrescentrum in Porte de Versailles wordt de grootste in Europa met een plenaire zaal met 5.200 stoelen, iets minder dan 100 meeting rooms en 60.000 m2 beursvloer die daaraan direct gelinkt is.”
“Daarbij zijn alle meeting rooms modulair ingericht. Tien jaar geleden vroeg iedereen om grote, grotere en de grootste ruimten. Tegenwoordig is de vraag naar kleinere ruimtes, die op maat moeten worden ingericht. Aangezien we niet elke tien jaar een dergelijk bedrag kunnen investeren, hebben we gekozen om voor een zo modulair mogelijke opzet te kiezen, zodat we het iedereen naar de zin kunnen maken. Dat is een complete verandering van inzicht. Op dit moment bieden we nog vastomlijnde ruimtes.”
“Wat ook bijzonder is dat ons congrescentrum boven op Hal 7 komt te staan, met de meeting rooms op de hoogste verdieping. Bij veel congreslocaties bevinden de ruimten zich in de midden van het gebouw of zelfs onder de grond. Bij ons kun je vanuit alle zalen naar buiten kijken en kijk je uit over Parijs.
Er komt ook een hotel on site. Heeft Parijs dan een tekort aan hotelcapaciteit?
“Kijk naar Amsterdam bij jullie. Er zijn heel veel hotels in Amsterdam, maar het is nooit genoeg. In Parijs is dat hetzelfde. Als we grote beurzen draaien, dan hebben we hotels nodig. Binnen Parijs hebben we 65.000 kamers en met de regio erbij 150.000. Dat is veel, maar als we de zondag en maandag uit de cijfers halen – dat zijn altijd slechte dagen voor de hotels –, als ook een zwakke periode als begin mei, dan kom je op een bezettingsgraad van 82 procent. Dat is wel heel vol voor hotelbegrippen.”

Gaan jullie de exploitatie hiervan zelf doen?

“We zullen hiervoor contracten sluiten met hotelmerken. We mikken nu op twee hotels, één met 200 en één met 230 kamers, die waarschijnlijk elk een ander merk zullen dragen.”

Wat gaan de klanten de komende jaren merken van de renovatie?

“We hebben het zo gepland dat het zo min mogelijk impact heeft op de business. We blijven open, al zullen we enkele beurzen tijdelijk moeten verplaatsen.”
“Uiteindelijk zullen we zo’n 65 procent van het geheel in fases renoveren over een periode van tien jaar. We zullen er alles aan doen om in 2025 klaar te zijn. Dan vieren we ook ons honderdjarig bestaan. Dat maakt er toch nog een mooier verhaal van.”