“Trek nog eens een blik koetswerkblikkatjes open” | Expovisie

“Trek nog eens een blik koetswerkblikkatjes open”

Koetswerkkatjes op autosalon brussel (foto: Febiac - Triptyque)

Het hadden er zeshonderdduizend moeten worden, maar de teller bleef steken op 561.555. De negentigste editie van het Autosalon, die op 22 januari in Brussels Expo haar beslag kreeg, moest het doen met 7% minder bezoekers. Stop die zakdoek maar opnieuw weg; bij de sluiting kon uit de mond van een dozijn woordvoerders opgetekend worden dat het salon ‘toch zo slecht niet was geweest’.

Ruim meer dan een half miljoen op pakweg 11 miljoen inwoners is natuurlijk lang niet slecht. Dat weten ze bij ACEA (European Automobile Manufacturers’ Association) verdomd goed. Acht jaar geleden ging deze club met de grove borstel door de steeds langer wordende lijst van Autosalons wereldwijd. Prestigieuze evenementen als Parijs en Londen sneuvelden genadeloos, maar Brussel bleef wonderwel gespaard. Als belangrijkste reden gaf ACEA de goede verkoopcijfers aan.

Je vel kunnen redden dankzij uitstekend verkoopcijfers is mooi, maar er zit ook een keerzijde aan. In Brussel staat veel (alles) in het teken van verkopen en weinig (niks) in het teken van beleving. Ergens midden december wordt de grote autoreclamemachine aangezwengeld. Die blijft op volle toeren draaien tot enkele weken na het Autosalon. En alle autoconstructeurs hebben maar één boodschap: koop nu, koop bij mij, koop! Op het Autosalon of bij de garagehouder van uw keuze, maakt ons allemaal niks uit, maar koop! Wie net als ik een wat kille relatie met de automobiel heeft, vindt het al snel ‘des Guten zuviel’; gelukkig zijn radio’s en televisietoestellen met een uitknop toegerust…

Ik zou graag een socioloog vinden die een portret kan tekenen van die 561.555 Autosalonbezoekers: wie zijn ze? Wat drijft hen? Hoe percipiëren ze de merken die op het salon vertegenwoordigd zijn? Hoe maken ze een shortlist? Hoe informeren ze zich? Wat onthouden ze uit de verkooppraatjes? Wat weegt door in de aankoopbeslissing? Hoe vrolijk worden ze van hun aankoop?

Nog niet zo heel lang geleden was de belangrijkste attractie op het Autosalon een tollende wagen van de federale politie. Die was daar neergepoot in het kader van een campagne voor het dragen van de veiligheidsgordel. Je kon als bezoeker een paar ‘rondjes’ tollen in de auto, om de centrifugale krachten van een wagen  tijdens een tuimelpartij aan den lijve te ondervinden.

Anno 2012 is er – gelukkig – wat meer te beleven op het Autosalon, – ook voor wie niet lyrisch wordt van blinkend plaatstaal en grootogige pitspoezen. De elektrische piste was goed voor 5.000 testritten per dag, er waren allerhande dingetjes die je met je e-card kon doen, er waren VIP’s en Misses en royals en ministers en regeringsleiders. Er was zelfs een expo over mythische voertuigen. (Waarschijnlijk was er nog veel meer ; ik heb niet alles gezien.) Maar… de dikke saus die over alle attracties en bezienswaardigheden heen gaat, heet ‘Koop, nu! Koop mij! Koop!’

 

Voor u mij van duistere sympathieën beschuldigt: ik heb niks tegen kopen, ik heb niks tegen verkopers die hun koopwaar aanprijzen, ik word zelfs niet (meer) misselijk van de beelden van elkaar bevechtende koopjesjagers die je aan het begin van elke soldenperiode ziet. Maar zonder koopintentie voel ik mij op het Autosalon niet op mijn gemak. Er bekruipt mij een wee gevoel, – alsof ik ongewassen een parfumeriezaak betreed. Dat gevoel heb ik niet wanneer ik op het Vakantiesalon of op Batibouw rondloop.

Het hadden er zeshonderd duizend moeten zijn, maar we zijn gestrand op vijfhonderd en zoveel. Niks aan de hand hoor! ’t Is knap dat je zo’n legioen (bijna-)kopers op de been kan brengen. Zeker op een moment dat niemand weet wat de fiscus voor de individuele automobilist in petto heeft. Mensen komen naar de beurs om een stukje zekerheid te krijgen, – het is mooi dat we dat eens door de feiten bevestigd zien. Tegelijk wil ik de autoconstructeurs-exposanten – een zeer hardleerse soort! – attenderen op die -7%. Ik geloof, in alle ernst, dat het straks +27% kan worden. Of dat het in elk geval mogelijk is om, in enkele edities, de kaap van de 700.000 bezoekers te nemen. Voorwaarde is dan wel dat het dominante discours opengetrokken wordt van het verkrampte “Koop nu! Koop mij! Koop!” naar een veel breder verhaal over persoonlijke mobiliteit. De belevingswaarde van het Autosalon moet fors omhoog, – ook voor wie niet opgewonden wordt  van aluminium velgen, bumpers in koetswerkkleur of common rail dieselinjectie.

Met het risico dat het mij straks een kogel in de knieschijven oplevert: gezien het potentieel, gezien de media-aandacht, gezien de rol die individuele mobiliteit in onze samenleving speelt en gezien nog veel meer, maken autoconstructeurs er zich om het Autosalon relatief goedkoop van af. Een vloer, wat lichtbruggen, een fraaie wand, een vrachtwagen of twee auto’s en een blik koetswerkkatjes, – meer is het doorgaans niet. En daarom laat het salon een grote groep mensen koud die wellicht wél zouden komen als er wat meer te beleven viel.

Misschien toch eens over nadenken, de komende 23 maanden…