Succes Modefabriek wel bewezen | Expovisie

Succes Modefabriek wel bewezen

Knap sjachrijnig waren ze, Rick van Rijthoven en zijn partner Lucel van den Hoeven Ze reden ter hoogte van Sint Job in ’t Goor en waren op de terugweg van een modebeurs die de zoveelste domper was op de hooggespannen verwachtingen voor hun jonge modemerk DNA. ‘We hadden heel sterk het gevoel dat beurzen een verplicht nummer werden in de handelscyclus. Te veel doelgroepen en aanbieders, gestresste merkenverkopers en gefrustreerde inkopers. We zeiden: dan kunnen we nog beter zelf een beurs organiseren.’

Het werd de start van de Modefabriek, een van die creatieve beursorganisaties die voor een nieuwe richting in beurzenland zorgden met hun prêt-à-exposer-formule. Hoofdschuddende beursroutiniers destijds, maar ze gaan het elfde jaar in en hebben zich bewezen in de modewereld.  

 

De Modefabriek, dat zijn: Anne-Claire Petit, Caroline Krouwels, Lucel van den Hoeven en Rick van Rijthoven. Verantwoordelijk voor de gelijknamige modebeurzen, maar ook voor De Kleine Fabriek voor kindermode, Fashion Items en binnenkort een nieuwe labelbeurs, Showroom, ook in de RAI. 

Bij die allereerste Modefabriek werden ze nog meewarig gadegeslagen door de vakbroeders. Ze hadden 27 standhouders en een paar honderd nieuwsgierige bezoekers. Op een unieke locatie: de Westergasfabriek in Amsterdam. Inmiddels zitten ze gebeiteld in de RAI. Meer dan vijfhonderd merken die door de Modefabriek op trends en nieuwe collecties worden gescreend. Ruim 11.500 bezoekers, die stuk voor stuk in de modebranche actief zijn. 

Conceptbewaking noemt Van Rijthoven dat. ‘Als je iedere exposant toelaat, is het heel gemakkelijk om in een paar jaar enorm te groeien. Maar een inkoper zit niet te wachten op zwerftochten over een beurs waar de helft van de exposanten niet aan zijn criteria voldoet. Die verwacht getriggerd te worden door het aanbod.’ 

De Modefabriek geeft de bezoeker in een paar uur tijd een beeld van de trends en ontwikkelingen op zijn vakgebied. ‘Voor kletspraatjes is geen tijd, want Brussel, Berlijn, Barcelona, you name it, ze moeten allemaal bezocht worden. Dan moet je beurs dus vooral allure hebben. Het is een andere slag van denken. Niet uitgaan van vierkante meters, maar van een boeiend concept. En zolang je dat telkens weet te creëren, kun je ook de groei tegenhouden en je concentreren op het beste aanbod.’

 

Van Rijthoven heeft nog een goede reden om zijn beursformule uniek te noemen. ‘We komen alle vier uit de modebranche. We horen en zien de ontwikkelingen. Voor mijn eigen label heb ik weliswaar steeds minder tijd, maar ik heb dagelijks de vinger aan de pols van de branche. Wij bouwen de stands bovendien zelf, voor zover je daarvan kunt spreken. Henk Wolleswinkel heeft het ontwerp van de uniforme standbouw bedacht en ontwikkeld. Die bestaat uit doeken die aan trussen van het RAI-dak naar beneden hangen. Standhouders concurreren dus niet met hun stands, maar er is voor de volle 100 procent aandacht voor de collecties. Afgelopen editie lieten we ook zien welke ontwikkelingen er zijn op het gebied van winkelconcepten en –interieurs. Zie het als een thema in een pakkend magazine.’

Maar zelf bouwen? ‘Jazeker. Een team van zo’n 120 studenten en freelancers staat iedere editie weer klaar om in vier dagen tijd de RAI om te toveren tot Modefabriek. En nee, het is echt niet goedkoper dan standbouw inhuren. Eigen bouw is vrijwel net zo duur als een professionele standbouwer inschakelen.’

De Modefabriek, ooit begonnen in de Westergasfabriek. Nu, na tien jaar, gaan ze hun horizon verleggen en een nieuw bureau in gebruik nemen: in de Noordergasfabriek. Aan het Gedempt Havenkanaal 29 in Amsterdam-Noord, het creative quarter in wording.