Standverlichting | Expovisie

Standverlichting

Succes wordt voorafgegaan door aantrekkingskracht. En dat is een factor die een exposant zelf in de hand heeft. Een mooie, sfeervoller verlichting draagt hiertoe bij.

Succes wordt voorafgegaan door aantrekkingskracht. En dat is een factor die een exposant zelf in de hand heeft. Een mooie, sfeervoller verlichting draagt hiertoe bij.

 

’Licht zie je niet, maar communiceert wel.’ Wijnand Pon is directeur Erco Lighting. Dit gespecialiseerde lichtbedrijf heeft vestigingen in de hele wereld, waaronder in Zaventem (BE) en Naarden (NL).

Met zijn senior lichtadviseur Frank Schuil laat Pon zijn licht schijnen op het gebruik van licht op beurzen. De persdag van de European Road and Transport Show is een uitgelezen moment. Wijnand Pon en Frank Schuil gaan de confrontatie niet uit de weg. Het begint al met de ontmoeting met Scania op de beurs.

Het nieuwste model van een hoge frontliner vraagt de aandacht. De spots die erop gericht zijn komen allemaal van boven. Dat geeft extra kracht aan de vormgeving, maar de reflecties zijn irritant en zorgen voor een onrustig beeld. ‘Jammer, want met dezelfde middelen aan licht had je zoveel meer effect kunnen bereiken’, aldus Pon. Hij wijst tevens op het manco van de cabineverlichting. ‘Waarom niet die cabines van binnenuit, desnoods met tl-buizen, verlicht? Met wat kleur kun je dan bovendien iedere gewenste sfeer en uitstraling benadrukken.’

Het wordt een wandeling waar een lichtarchitect niet vrolijk van wordt, tenzij hij potentiële opdrachtgevers zoekt. Te zien is veel spierballentaal met massale trussen vol spots, boven de veelal open stands die karakteristiek zijn voor de bedrijfsautopresentaties. ‘Maar waarom dan niet nadenken over de juiste lampen, de goede hoogte en richting’, vraagt Frank Schuil zich af.

 

Stemmingen

’Licht wordt sterk onderschat’, leggen de heren uit. ‘Het brengt niet alleen accenten aan, maar geeft ook stemmingen weer. Het weet de aandacht te vestigen op de zaken die gezien moeten worden. Of het leidt juist af als iets buiten beeld moet blijven. Maar hier op de beurs zie je dat licht vooral als status wordt gebruikt. Als het maar veel is. En je hebt veel nodig als er al veel licht in een ruime hal is. Het gebrek aan wat meer besloten standbouw laat zich dan gelden.’

We komen in de hal met uitsluitend wagens van Volvo. Hier wordt gewerkt met een kleurenspel dat de hal steeds in een andere kleur licht zet. Toch zijn de heren ook hier een tikkeltje teleurgesteld. ‘Als specialist kijk je meteen naar de bron van het licht. De bezoeker daarentegen ervaart alleen de verschillen in lichtbeleving. Op zich prima. Maar het is in dit geval accentloos. Je zou die veranderingen kunnen gebruiken om steeds verschillende aspecten van de stand uit te lichten en daarop de aandacht te trekken.’

Een exposant mengt zich in het gesprek. ‘Het publiek dat hier komt heeft daar echt geen oog voor’, zegt hij. ‘Misschien valt het de chauffeurs niet op’, reageert Pon. ‘Maar de vlootbeheerder misschien wel. En dat is degene die zijn handtekening moet zetten. Het zal hem niet meteen opvallen, maar ongemerkt wel beïnvloeden. Licht en kleur dragen bij aan een gastvrije uitstraling. Neem nu een balie op de stand. Het scheelt enorm of die open is, zonder extra lichtaccenten, of juist overdekt. Of neem zo’n huiselijke ruimte als bij Ford. De stand zelf is veel te blauw verlicht, maar die huiselijke ruimte nodigt uit om even te gaan zitten voor een gesprek.’

 

Nutteloze spotjes

Er is meer onbegrip bij exposanten. De stand van Nilfisk heeft de spotjes op de blauwe achterwand gericht , terwijl de machines al blauw zijn, de gangpaden zijn blauw er is verder geen enkele informatie op die achterwand te lezen is. Pon: ‘Die spotjes zijn nutteloos. U had veel beter kunnen kiezen voor spots die het accent op de machines leggen.’ De exposant: ‘Dan moet u bij mijn standbouwer zijn.’ Frank Schuil: ‘Of is het misschien een kwestie van budget? Uw standbouwer kan ook geen ijzer met handen breken.’

’Het gaat erom dat al in een vroeg stadium wordt nagedacht over licht’, aldus Pon. ‘Bij het uitwerken van een concept, als men bezig is met doelstelling, doelgroep en boodschap, als er gesproken wordt over beleving en gevoel, moet ook gedacht worden aan het lichtaspect. Bij kleine stands is het geen probleem de kennis te halen bij de verhuurder. Maar praat je over stands van een omvang als op deze beurs, dan praat je over tonnen. Daar past echt wel een deskundig lichtadvies in. Al was het maar om de nieuwste technieken en lichtbronnen te kunnen toepassen. Want daarmee kun je ook het innovatieve karakter van je producten belichten.’

 

Gemiste kans

Onderweg stuiten we op een stand van carrosseriebouwer Tijmen Ploeg. Leuk idee: etalagepoppen die een carrosserie boven hun hoofden tillen. Maar het idee verwatert omdat de verlichting alleen op de carrosserie is gericht en niet op de figuren, terwijl dat juist het onderscheidende aspect is. ‘Gemiste kans’, moppert het duo. 

In het restaurant bij de Amstelhal valt nog iets op. ‘De verlichting hier in het restaurant is van onze mensen. Er zijn veel mogelijkheden om het licht aan de omstandigheden en het publiek aan te passen. Maar blijkbaar weet niet iedereen de regelkast te vinden.’ Schuil: ‘Op het moment dat er geïnvesteerd wordt, denken de mensen overal goed over na. Maar de kennis en mogelijkheden die de verlichting biedt, moet ook worden geïmplementeerd in rest van de organisatie.’

Tijd voor een evaluerend gesprek. ‘Je hebt het zelf gezien’, zegt Pon. ‘Er wordt bepaald niet bespaard op licht. Maar daar is dan ook alles mee gezegd. Alles wat we aan licht hebben gezien is vrij traditioneel. Cabineverlichting had hier een item moeten zijn. Daar lenen de nieuwe led-technieken zich uitstekend voor. En zo zijn er tal van mogelijkheden waarbij licht veel meer emotie toevoegt, zoals het werken met kleuren.’

 

Proefopstellingen

Schuit: ‘Standbouwers die verlichting in hun verhuurassortiment aanbieden, hebben vaak een lichtapplicatiecentrum. Hier kunnen proefopstellingen en effecten worden bekeken. Veel ontwerpers uit de standbouwwereld maken daar ook gebruik van. Exposanten kunnen zelf ook iets doen. Ze kunnen verlichting een meer prominente plaats in hun briefing geven, zodat de ontwerpers vanaf het begin worden geprikkeld. De opdrachtgever kan wat dat betreft een stuk veeleisender zijn.’

Uiteindelijk draait het om het budget. Maar dat neemt niet weg dat verlichting een ondergeschoven kindje hoeft te blijven. Pon: ‘Vaak is er meer mogelijk voor hetzelfde geld. Kortom, de professionele verlichters moeten zelf nog heel wat missionarissenwerk doen.’

(Uit: Exopvisie 575)