Regionale accommodaties | Expovisie

Regionale accommodaties

Als u niet van het begrip “regionale accommodatie” houdt, heeft u alvast deze troost: u bent niet de enige. Je kunt lang discussiëren over wat een regionale accommodatie is en wat een nationale of internationale accommodatie is. Het is de agenda die bepaalt welke positie een beurscomplex bekleedt.

Als u niet van het begrip “regionale accommodatie” houdt, heeft u alvast deze troost: u bent niet de enige. Je kunt lang discussiëren over wat een regionale accommodatie is en wat een nationale of internationale accommodatie is. Het is de agenda die bepaalt welke positie een beurscomplex bekleedt.

 

In heel Frankrijk kun je maar op twee plekken een evenement organiseren: “à Paris” of ”en province”. Alles wat niet in de hoofdstad plaats heeft, heeft in de provincie plaats.

Ook in België en Nederland wordt nogal “centralistisch” gedacht als het over beurzen gaat, zij het iets inder uitgesproken dan in Frankrijk. In België spant Brussels Expo de kroon, met in het eerste peloton Kortrijk Xpo, Flanders Expo, Antwerp Expo, Charleroi Expo en Foire Internationale de Liège. In Nederland is er een duobaan voor RAI Amsterdam en Jaarbeurs Utrecht, met op de tweede rij Ahoy” Rotterdam, MECC Maastricht en de Brabanthallen in Den Bosch.

 

Kous af?

Is de kous daarmee af? Helemaal niet! Ook elders vinden manifestaties plaats die goed in elkaar zitten, een internationale uitstraling hebben en voor tevreden bezoekers en exposanten zorgen. Beurzen brengen de ontwikkeling van een uitgebreid dienstenpallet met zich mee. En zo’n aanbod is er niet van de ene dag op de andere. Gevestigde of centrale beurslocaties hebben de afgelopen decennia de tijd gehad om hun dienstenpallet op peil te brengen, regionale beurslocaties zijn daar nog volop mee bezig.

Niet-plaatsgebonden diensten kunnen ze makkelijk van elders betrekken. Voor diensten die wel plaatsgebonden zijn, hebben regionale venues vaak creatieve alternatieven ontwikkeld. Overigens is het in kleine landen als België en Nederland een beetje overdreven om van regionale accommodaties te spreken. Vinden wij een afstand van vijftig kilometer al een heel eind weg, dan is dat in het buitenland ongeveer de maatstaf om van een regio te spreken.

 

Naamsbekendheid

Spontane en geholpen naambekendheid zijn een belangrijk criterium om een onderscheid te maken tussen primaire en regionale beursaccommodaties. Iedereen die in de intensieve veehouderij actief is, zal de plaatsnaam Utrecht kennen en die min of meer kunnen plaatsen. Iedereen die in de visverwerkende nijverheid actief is, weet waar Brussel ligt en wat daar jaarlijks gebeurt. Maar vraag aan Europese autocarexploitant waar Kortrijk ligt en hij zal ook het antwoord weten. Is Kortrijk dan het Detroit van de autocarindustrie? Niet helemaal, maar er vindt wel een tweejaarlijkse vakbeurs plaats die de aandacht trekt van iedereen die iets met autobussen te maken heeft, of die nu in Oude Pekela of in Dar Es Salaam woont. @p:Het toont aan dat het begrip “regionale accommodatie” weinig of niks met internationale uitstraling, reputatie of naambekendheid van een evenement te maken heeft. Allicht is het makkelijker om een manifestatie internationaal te lanceren in een setting die daar op afgestemd is, maar ook in de provincie zijn er manifestaties die, soms weliswaar na jaren hard werken, schitteren aan het internationale firmament.  

 

Gebruiksvriendelijk

Beurscomplexen en de evenementen die er plaats vinden creëren werkgelegenheid. Die tikt in de provincie nog belangrijker aan dan in de grote steden. Omdat alles op een kleinere schaal gaat, onderhouden de exploitanten van regionale beursaccommodaties vaak uitstekende relaties met het politieke en economische weefsel waar ze deel van uit maken. De exploitant kan dingen voor elkaar krijgen die in grotere complexen, c.q. grotere steden, veel moeilijker te regelen of misschien onmogelijk zouden zijn.

In metropolen is het “elke dag feest”, in provinciesteden is de komst van een beurs een bijzondere gebeurtenis. Een gebeurtenis met een relatief grote impact op de handel en wandel, die bijgevolg met de nodige égards behandeld moet worden. Een organisator die voor een regionaal beurscomplex kiest, kan doorgaans rekenen op de vlotte medewerking van de plaatselijke brandweer en politie, VVV-afdeling en administratieve overheden. Diezelfde gebruiksvriendelijkheid wordt doorgaans ook tegenover de andere gasten aan de dag gelegd: exposanten en bezoekers parkeren gratis, het gebruik van het sanitair en de vestiaire is gratis, voor een belegd broodje en een kop koffie betaal je de normale marktprijs…

Net als veel van hun grotere broers hebben een aantal regionale beursaccommodaties een structurele band met een lokale overheid, meestal een stadsbestuur of gemeentebestuur. Vaak detacheren die een deel technisch en logistiek personeel. Daardoor heeft het complex een slankere personeelsstructuur, minder overhead kosten en dat laat op zijn beurt toe om scherpere tarieven te hanteren.

Shuttledienst

Niet alles onderdelen van een project zijn in een regionale accommodatie goedkoper dan in een internationale venue. Zo kan met name het prijskaartje om bezoekers tot aan de voordeur van het beurscomplex te krijgen, aanzienlijk oplopen. Grote centra hebben een eigen bewegwijzering op alle invalswegen die soms al op tientallen kilometer afstand de bezoekers de juiste richting uit stuurt. Regionale beursaccommodaties hebben een 
Hoe groter het rekruteringsgebied van de manifestatie, hoe intensiever de inspanningen om bezoekers tot in het complex te krijgen. Zeker voor manifestaties met internationale ambities kan dit een belangrijke factor zijn. A-locaties zijn meestal goed bereikbaar met (internationaal) openbaar vervoer. Regionale accommodaties zijn dat een stuk minder. Als organisator moet je doorgaans een shuttledienst organiseren om te zorgen dat zowel exposanten als bezoekers van en naar de beurs geraken. Wellicht is ook een shuttledienst naar de nabijgelegen hotels geen overbodige luxe.

 

Couleur locale

Locaties die voortdurend internationale gasten over de vloer krijgen, proberen hun dienstenaanbod zoveel mogelijk op de doorsnee verwachtingen van dat internationale publiek af te stemmen. Alles moet herkenbaar zijn, in één oogopslag duidelijk, wat ook de moedertaal, de background of de herkomst van de bezoeker is. Het resultaat is vaak een soort “eenheidsworst” die in Milaan net hetzelfde is als in Keulen en in Birmingham hetzelfde als in Geneve.

Regionale accommodaties zijn minder onderhevig aan die centripetale kracht en hebben meer ruimte voor couleur locale. Die komt nog het meest tot uitdrukking in de catering. Vaak hebben regionale accommodaties geen vaste cateraar en stellen zij een lokaal cateringbedrijf als servicepartner voor. Dat levert vaak verrassende ontmoetingen op, die ook door exposanten en bezoekers op prijs gesteld worden. 

(Uit Expovisie 577)