Modebeurs Bread & Butter trekt teugels aan | Expovisie

Modebeurs Bread & Butter trekt teugels aan

De Berlijnse modevakbeurs Bread & Butter gaat strengere regels hanteren. Wie geen inkoper, winkeleigenaar, journalist of zakenpartner van een exposerend merk is, en toch de beurs wil bezoeken, moet daar vijfhonderd euro voor neertellen. Daarnaast worden medewerkers van zogenaamde 'verticale bedrijven' zoveel mogelijk geweerd.Retailers, inkopers, agenten, distributeurs en journalisten mogen nog altijd gratis naar binnen. Voor medewerkers van weverijen, fabrieken, modellenbureaus en makelaars wordt de entreeheffing vijfhonderd euro per persoon, voor een ticket van drie dagen. "Eigenlijk wilde ik meer geld vragen," aldus Bread & Butter directeur Karl-Heinz Müller tegen het Duitse modevakblad Textilwirtschaft.

Medewerkers van verticale bedrijven – bedrijven die de hele bedrijfskolom controleren en opereren als winkelier, merk en productontwikkelaar tegelijk – worden vanaf nu strenger geweerd. Wie werkt bij modebedrijven als H&M, Primark of Esprit mag niet naar binnen. "Deze groep heeft geen intentie om collecties in te kopen," aldus de beursorganisatie. "Deze groep is irrelevant voor merken op de beurs en daarom niet welkom. Ook consumenten die enthousiast zijn over mode krijgen geen toegang."

In september vorig jaar kondigde Müller aan strenger te worden. Merken die niet pasten bij het thema ‘street- en urbanwear’ ontvingen een brief waarin stond dat ze niet meer welkom waren. Ook sprak hij toen over de entreeheffing voor bezoekers, die vanaf deze zomereditie in gaat.

Het nieuwe prijsbeleid is volgens de beursorganisatie noodzakelijk vanwege de internationale betekenis van het event en de hoge bezoekersaantallen. Verder zegt de organisatie in een persbericht dat Bread & Butter wil focussen op het doel van een beurs: de collecties verkopen aan winkeliers en inkopers.