Meten is weten | Expovisie

Meten is weten

Het was wel opvallend tijdens de nieuwjaarreceptie van de gezamenlijke verenigingen ESAH, VNC en Fbtn. Een hoteldirecteur die in zijn eigen hotel – één van de meest luxe zakenhotels ter wereld – koeltjes vertelt over de miljoenen die hij gaat steken in het terugbrengen van het aantal kamers.


Waarom? Omdat dat in Saoedi Arabië en het Verre Oosten hotels gebouwd worden met veel grotere kamers dan in zijn hotel. Nou en, zou je denken. Maar zo denkt deze hoteldirecteur niet. Sterker nog, hij neemt de overlast van een maanden durende verbouwing op de koop toe om de overgebleven kamers bijna twee keer zo groot te maken. 

En toch is de hotelbaas een slimme man. Zijn verkenningen op de internationale hotelmarkt hebben hem duidelijk gemaakt dat de normen voor luxe zijn veranderd. Wil je als luxe zakenhotel meetellen, moet je dus meegaan in die normen. Of je ze goed vindt of niet. De markt dicteert.

 

Succes op een beurs is al even betrekkelijk. Je kunt als exposant juichen omdat je vreselijk veel aanloop hebt gehad op de stand, maar als aan het eind van de rit blijkt dat de concurrent toch meer bezoekers heeft verwelkomd en bovendien ook nog eens meer orders heeft kunnen schrijven, daalt de feestvreugde behoorlijk.

Misschien is het de angst voor die wetenschap. Feit is in ieder geval dat er nog steeds veel exposanten zijn, die eigenlijk niet willen weten wat hun werkelijke resultaat van een beurs is. Veel liever wentelen ze zich in de roes van de schone schijn. “Goeie beurs gehad. Was erg gezellig. Veel aanloop en veel complimenten.” Het zijn bekende teksten. Maar niemand schiet er iets mee op. Wie waren die bezoekers? Wat wilden ze, op welke dagen en welke uren van de dag was het ’t drukst? En misschien ook wel de vraag: Wie hadden er moeten zijn en hebben we niet gezien?

 

Beursorganisatoren bieden steeds vaker de middelen om een beursdeelname meetbaar te maken. En in ieder geval bieden ze de cijfers waarmee de exposant zelf kan zien, of zijn beursdeelname boven of onder het gemiddelde is gebleven.Ze kunnen helpen om de vergelijking op een verantwoorde manier te maken. Bijvoorbeeld gerelateerd naar standgrootte. Wie vervolgens ook gaat kijken naar zijn investering in die beurs, komt op een redelijk nauwkeurig beeld van het rendement van zijn beursdeelname.  Meten is weten.

 

Voor de organisator van een beurs zal het leveren van betrouwbare gedetailleerde bereikcijfers steeds belangrijker worden. Ze zijn noodzakelijk, die gegevens, omdat de exposant op zijn beurt zijn eigen beursresultaat moet kunnen afmeten aan dat gemiddelde van de beurs. En van eerdere beurzen elders. Betrouwbare resultaatmetingen immers leveren de juiste basisgegevens voor grondige analyses om een volgende keer nog betere doelstellingen te kunnen formuleren en nog meer rendement uit die beurseuro’s te halen.

 

Meten is weten. Het geldt ook voor de branche. Niet voor niets publiceert de Fbtn jaarlijks de branchecijfers. Zij laten zien welke ontwikkelingen en trends er in de beurzenwereld  zijn. Ze zeggen iets over verhoudingen tussen de kosten van de vierkante meters en de overige kosten. De verhoudingen tussen regionale en landelijke beurzen. Maar ze laten ook zien of beurzen groeien of stagneren. Of stands gemiddeld groter of juist kleiner worden. Waarom? Omdat dat in Saoedi Arabië en het Verre Oosten hotels gebouwd worden met veel grotere kamers dan in zijn hotel. Nou en, zou je denken. Maar zo denkt deze hoteldirecteur niet. Sterker nog, hij neemt de overlast van een maanden durende verbouwing op de koop toe om de overgebleven kamers bijna twee keer zo groot te maken. 

En toch is de hotelbaas een slimme man. Zijn verkenningen op de internationale hotelmarkt hebben hem duidelijk gemaakt dat de normen voor luxe zijn veranderd. Wil je als luxe zakenhotel meetellen, moet je dus meegaan in die normen. Of je ze goed vindt of niet. De markt dicteert.

 

Succes op een beurs is al even betrekkelijk. Je kunt als exposant juichen omdat je vreselijk veel aanloop hebt gehad op de stand, maar als aan het eind van de rit blijkt dat de concurrent toch meer bezoekers heeft verwelkomd en bovendien ook nog eens meer orders heeft kunnen schrijven, daalt de feestvreugde behoorlijk.

Misschien is het de angst voor die wetenschap. Feit is in ieder geval dat er nog steeds veel exposanten zijn, die eigenlijk niet willen weten wat hun werkelijke resultaat van een beurs is. Veel liever wentelen ze zich in de roes van de schone schijn. “Goeie beurs gehad. Was erg gezellig. Veel aanloop en veel complimenten.” Het zijn bekende teksten. Maar niemand schiet er iets mee op. Wie waren die bezoekers? Wat wilden ze, op welke dagen en welke uren van de dag was het ’t drukst? En misschien ook wel de vraag: Wie hadden er moeten zijn en hebben we niet gezien?

 

Beursorganisatoren bieden steeds vaker de middelen om een beursdeelname meetbaar te maken. En in ieder geval bieden ze de cijfers waarmee de exposant zelf kan zien, of zijn beursdeelname boven of onder het gemiddelde is gebleven.Ze kunnen helpen om de vergelijking op een verantwoorde manier te maken. Bijvoorbeeld gerelateerd naar standgrootte. Wie vervolgens ook gaat kijken naar zijn investering in die beurs, komt op een redelijk nauwkeurig beeld van het rendement van zijn beursdeelname.  Meten is weten.

 

Voor de organisator van een beurs zal het leveren van betrouwbare gedetailleerde bereikcijfers steeds belangrijker worden. Ze zijn noodzakelijk, die gegevens, omdat de exposant op zijn beurt zijn eigen beursresultaat moet kunnen afmeten aan dat gemiddelde van de beurs. En van eerdere beurzen elders. Betrouwbare resultaatmetingen immers leveren de juiste basisgegevens voor grondige analyses om een volgende keer nog betere doelstellingen te kunnen formuleren en nog meer rendement uit die beurseuro’s te halen.

 

Meten is weten. Het geldt ook voor de branche. Niet voor niets publiceert de Fbtn jaarlijks de branchecijfers. Zij laten zien welke ontwikkelingen en trends er in de beurzenwereld  zijn. Ze zeggen iets over verhoudingen tussen de kosten van de vierkante meters en de overige kosten. De verhoudingen tussen regionale en landelijke beurzen. Maar ze laten ook zien of beurzen groeien of stagneren. Of stands gemiddeld groter of juist kleiner worden.