Maatwerk standbouw | Expovisie

Maatwerk standbouw

Hoe zullen beursstands er binnen vijf jaar uitzien? Het antwoord is afhankelijk van de vraag of er in Europa ondertussen sprake is van economische herstel.

Hoe zullen beursstands er binnen vijf jaar uitzien? Het antwoord is afhankelijk van de vraag of er in Europa ondertussen sprake is van economische herstel.

 

Want hoe uitgesproken een aantal tendensen en evoluties zich ook mogen aftekenen, de economische barometer blijft de belangrijkste ijkmaat voor het innovatieritme in standbouw.

Vooruitgangsoptimisme, nieuwe zakelijkheid, deconstructivisme, cocooning… Elk tijdsgewricht heeft zijn eigen dominante stroming. En elk tijdsgewricht heeft zijn eigen esthetisch en maatschappelijk waardenpatroon dat bepaalt wat we mooi en aantrekkelijk vinden. Alles wat door mensenwordt vormgegeven, is aan verschuivingen in dat waardenpatroon onderhevig. Ook beursstands.  Daarnaast bepalen economische en organisatorische factoren de evolutie van het totaalbeeld. Dit zijn vier belangrijke tendensen die zich voor de komende jaren aftekenen:

 

1 Snel, sneller, snelst

Als de standbouwbranche de afgelopen jaren érgens last van heeft, dan is het wel de concentratietendens. Steeds meer organisatoren willen steeds meer evenementen op ongeveer dezelfde data en op ongeveer dezelfde plek organiseren. Beursgebouwen staan nagenoeg leeg van mei tot halweg september, maar de daarop volgende zes weken zitten ze propvol. Allemaal. En daardoor komen de opbouw- en afbraaktijden zwaar onder druk.

Standbouwers geven er steeds vaker de voorkeur aan stands zo te ontwerpen dat ze in het atelier zoveel mogelijk voorgemonteerd kunnen worden. Een dergelijke manier van aanpakken biedt nog meer voordelen. Zo kunnen bepaalde onderdelen na de beurs een nieuwe bestemming krijgen, bijvoorbeeld in de showroom of de receptie van de onderneming. Minder weggooien is de beste manier om te besparen op de afvalfactuur van de beursdeelname.

Een andere strategie om sneller te kunnen opbouwen, bestaat erin traditionele houtbouw – voorgemonteerd of niet – te combineren met systeembouw. Op die manier wordt de montagesnelheid van een bouwsysteem verrijkt met de “authentieke” en individuele look van traditionele houtbouw.

 

2 Nieuwe materialen

Een aantal “nieuwe materialen” doen hun intrede op de beursvloer. Dat wil zeggen: écht nieuw zijn ze als materiaal niet, maar het is wel voor het eerst dat ze gebruikt worden in standbouw. Zo wordt in stands steeds vaker gegoten acrylplaat gebruikt. Acrylplaat is een polymeer kunststof die zich relatief gemakkelijk laat bewerken en een laag soortelijk gewicht heeft. Het materiaal wordt echter in eerste instantie gewaardeerd omwille van zijn esthetische kwaliteiten. Acrylplaat is lichtdoorlatend en kan in relatief kleine oplages in elke gewenste tint gekleurd worden. In combinatie met architecturale verlichting kunnen op de stand zo speciale visuele effecten gegenereerd worden die de stand nog opvallender maken.

De factor “cost of disposal” wordt steeds belangrijker bij de materiaalkeuze: wat kost het om dit materiaal na gebruik te dumpen? Compacte en recyclebare materialen winnen het daarbij van traditionele, zware en/of slechts eenmalig te gebruiken materialen.

Alles wijst erop dat in de komende jaren de kosten voor afvalverwijdering zullen toenemen. Tot een terugkeer naar simpele wandjes of pipe & drape hoeft het daarom niet te komen. Tal van lichte en recycleerbare dragers – zoals papiersoorten en nonwoven textiel – laten zich makkelijk bedrukken en vormen een alternatief om snel en licht te bouwen.

 

3 Zuivere lijn

Tot voor enkele jaren lieten bouwsystemen zich op hun hightech look voorstaan. De laatste tijd wordt een te technische uitstraling echter vaker als een nadeel dan als een voordeel beschouwd: het gaat niet om het bouwsysteem maar om de producten en diensten van de exposant.

Waar vroeger de scharnieren en hechtingen van de bouwsystemen een esthetische waarde op zich leken te hebben, gaan systeemfabrikanten nu op zoek naar mogelijkheden om de bewegende delen in het plaatwerk in te werken en ze zoveel mogelijk aan het zicht te onttrekken. De nieuwe bouwsystemen hebben een “zuiverder” lijn en laten toe ook grotere oppervlaktes bijna naadloos te overspannen.

 

4 Zichtbaar – onzichtbaar

Net als alle andere mensen zijn beursbezoekers steeds meer visuele prikkels gewend. Dingen waar mensen twintig jaar geleden onmogelijk naast konden kijken, worden nu nog nauwelijks opgemerkt. Voortdurend worden we bestookt met visuele communicatie en dat heeft een inflatie-effect op de attentiewaarde ervan. Spelen met kleuren, vormen en helderheid zijn zo “alledaags”’ geworden, dat we – ook letterlijk – niet meer opkijken.

En toch blijft het een belangrijke opdracht voor elke standontwerper: probeer een maximaal aantal bezoekers te boeien door hen visueel te verrassen. In de context van een beursstand betekent visueel verrassen zoveel als haaks gaan staan op wat de bezoeker redelijkerwijs verwacht.

Eén van de manieren waarop een standontwerp visueel kan verrassen is door te spelen met de antithese zichtbaar-onzichtbaar. Op het eerste gezicht gesloten wanden hebben doorkijkjes die de bezoeker prikkelen om even te spieden. Het verstoren van het verwachtingspatroon van de bezoeker mag dan diens nieuwsgierigheid prikkelen, het heeft ook enkele nadelen. Massieve, gesloten wandpartijen geven een gevoel van ontoegankelijkheid en afstandelijkheid. Bij de bezoeker komt het geheel onbewust wat gereserveerd, zelfs hautain of ongeïnteresseerd over.

 

Remmende voorsprong

Europa is van oudsher de “rijpste” markt als het op beurzen en op standbouw aankomt. Dat nieuwe trends hier net iets sneller doorbreken dan elders ter wereld, is dan ook niet vreemd. Toch geldt ook hier de wet van de remmende voorsprong: precies doordat trends door Europese standontwerpers heel snel opgepikt worden, is hun levensduur zeer kort. Wat vandaag uitstekend werkt, houdt morgen op met werken omdat “iedereen” het doet.

De grote uitdaging voor de standontwerper is een traject te vinden dat uniciteit en creativiteit koppelt aan herkenbaarheid. Bij de meest geslaagde voorbeelden daarvan houden we als bezoeker spontaan halt omdat we – heel even maar – geprikkeld werden. En eigenlijk is dat het eerste wat een stand echt moet doen. 

(Uit: Expovisie 575)