IFES vraagt om steun voor standbouwsector na het 'zwarte weekend'
IFES vraagt steun voor standbouwsector

IFES vraagt om steun voor standbouwsector na het ‘zwarte weekend’

De EU en haar lidstaten moeten niet-bureaucratische steun bieden de standbouwsector die getroffen is door het annuleren van beurzen als gevolg van de coronavirus-epidemie, stelt IFES. De internationale federatie van dienstverleners in de beurzensector schat in dat alleen al de Europese standbouwbedrijven worden geconfronteerd met een omzetderving van 750 miljoen euro in de maanden maart en april.

IFES verwacht dat het weekend van 29 februari / 1 maart 2020 zal waarschijnlijk in de geschiedenisboeken verschijnen als het ‘zwarte weekend’ in de Europese beursindustrie. In dat  weekend werd duidelijk dat meer dan 3 miljoen vierkante meter verhuurde beursvloer voor maart / april 2020 is geannuleerd vanwege het CoVid-19-virus. Ter vergelijking: dit is bijna de helft van de gehuurde expositieruimte in Duitsland in één jaar.

Veel verschoven of geannuleerd

In maart en april 2020 stonden 614 beurzen gepland in Europa, blijkt uit cijfers van de Duitse branchevereniging AUMA. Dit varieert van kleine regionale consumentenevenementen tot toonaangevende vakbeurzen, zoals Light + Building, Salone de Mobile en de Autosalon van Genève.

Veel van deze beurzen zijn verschoven of geannuleerd vanwege voorwaarden die door lokale autoriteiten zijn opgelegd aan organisatoren van beurzen na aanbevelingen van de wereldgezondheidsorganisatie WHO of landelijke instituten zoals het Robert Koch Institute in Duitsland, aldus IFES. De gestelde eisen waren zo duur of eenvoudigweg niet haalbaar genoeg. Bovendien hadden sommige exposanten hun deelname aan de beurzen al geannuleerd op basis van hun eigen risico-inventarisatie en de zorgplicht jegens hun werknemers. Of de verschoven beurzen daadwerkelijk op de nieuw geplande datum zullen plaatsvinden is nog onzeker, voegt IFES daar aan toe.

Verdeling van de kosten

Een beurs die 14 dagen voor de officiële start werd geannuleerd, betekent voor exposanten een kostenpost die overeenkomt met ongeveer 2/3 van de totale deelnamekosten die zouden worden gemaakt als de beurs wel doorgang had gevonden, aldus de internationale vakvereniging. En in dit geval staan er geen inkomsten tegenover.

Een aanzienlijk deel van deze kosten wordt gemaakt door dienstverleners van beurzen, zoals bijvoorbeeld standbouwbedrijven, expediteurs, cateraars en meubelverhuurbedrijven. Deze bedrijven worstelen nu met hun klanten voor een eerlijke verdeling van de kosten, maar zullen nooit worden betaald voor de volledige service omdat de projecten zich ten tijde van de annuleringen ergens tussen voorbereiding en realisatie bevonden. Dit is frustrerend voor beide partijen en voor veel standbouwbedrijven bedreigt het gewoon hun bestaan.

750 miljoen euro omzetderving

IFES heeft een globale berekening gemaakt van de omzetderving waarmee standbouwbedrijven te kampen hebben als gevolg van de beurzen die niet door gaan in maart en april. De 3 miljoen niet verhuurde vierkante meter standruimte maal de gemiddelde standbouwkosten van 250 euro per vierkante meter betekent een omzetdaling van 750 miljoen euro voor de naar schatting 1.500 standbouwbedrijven in Europa. Dat betekent dus een half miljoen gemiste omzet per bedrijf.

De vakorganisatie zegt individuele bedrijfsgevallen te kennen waar een omzet van 3,5 tot 4 miljoen euro in gevaar is of verloren gaat. Wetende dat er in de standbouwwereld veel bedrijven zijn met een omzet van tussen de 3 en 10 miljoen euro per jaar, is er al snel sprake van omzetdalingen tussen 15 en 25 procent van de jaaromzet. Veel bedrijven kunnen dit niet opgevangen en dat leidt al snel tot personeelsvermindering of insolventie.

Belangrijk in tijden van verstoring

IFES onderschrijft dan ook de uitspraak van Mary Larkin, voorzitter van de internationale vakvereniging voor beursorganisatoren UFI: ‘De industrie voor beurzen en evenementen bestaat om platforms te bieden voor mensen en industrieën om elkaar te ontmoeten, te handelen en samen te werken. Deze bijeenkomsten zijn vooral belangrijk in tijden van verstoring. Het is onze plicht om kansen voor mensen te behouden om waar mogelijk te voldoen. Vooral kleine en middelgrote bedrijven in alle industrieën zijn afhankelijk van beurzen. En, zoals alle soorten evenementen, ondersteunen ze de economie wereldwijd. Wij, als vertegenwoordigers van de beurssector, zetten ons in om deze broodnodige ontmoetingsplaatsen over de hele wereld te bieden, waar we dat ook kunnen doen.’