Horecabeurzen | Expovisie

Horecabeurzen

In talloze sectoren maakt het beurzenaanbod een golfbeweging, van concentratie naar decentralisatie en terug. Alleen in de horecasector loopt de evolutie anders.

In talloze sectoren maakt het beurzenaanbod een golfbeweging, van concentratie naar decentralisatie en terug. Alleen in de horecasector loopt de evolutie anders.

 

Zowel België als Nederland hebben een “nationale” horecavakbeurs. Maar die moeten allebei het podium delen met een reeks – eveneens belangrijke – regionale manifestaties. En die doen het lang niet slecht.

Meer nog: in Nederland wordt stilaan gesproken van een vloedgolf aan vakmanifestaties. Dat die allemaal een deel van de koek willen en kunnen veroveren, heeft te maken met de specifieke behoeften van de doorsnee horeca-ondernemer.

Elk land, zelfs elke regio heeft zo’n beetje zijn eigen definitie van wat lekker én gezellig is. Elke regio heeft zijn eigen tradities die bepaalt hoe het er in een restaurant aan toe gaat. En dat verschilt weer totaal van hoe het er in een ander type etablissement aan toe gaat. Dat is meteen de reden waarom de meeste vakbeurzen voor de gastvrijheidsindustrie een regionaal, nationaal of hooguit supraregionaal karakter hebben.

 

Drie drijfveren

Eten en drinken – én alle rituelen die daarbij ontwikkeld worden – zitten zo verankerd in de volksaard, dat er weinig “one size fits all”-oplossingen mogelijk zijn. De enige uitzondering hierop zijn de internationale ketens: een Kentucky Fried Chicken-kippenvleugeltje heeft in Nieuwegein presies dezelfde smaak als in Napels. Maar de logistieke uitdaging die daar achter schuil gaat, is de overgrote meerderheid van de bezoekers van horecavakbeurzen vreemd.

Zij zijn ondernemers uit het midden- en klein bedrijf die van hun beursbezoek drie dingen willen overhouden: een leuk gesprek (met een natje en een droogje) met bestaande leveranciers, ideeën voor nieuwe producten waarmee ze in hun zaak “het verschil” kunnen maken en prijsoffertes voor uitrustingsgoederen. Deze drie drijfveren bepalen het succes van een horecavakbeurs op regionale of nationale schaal en ze beperken tegelijk het internationale groeipotentieel ervan.

Nummer 1

België heeft een goed uitgebouwde gastvrijheidsindustrie die ook door buitenlanders doorgaans op prijs wordt gesteld. Het aanbod is gevarieerd en heeft voor alle voorkeuren en budgetten meerdere alternatieven. Ook aan de aanbodzijde is het landschap gevarieerd. Eén vakbeurs, Horeca Expo in Gent, profileert zich sinds meer dan een decennium als de nationale manifestatie. Gaandeweg werd Horeca Expo een manifestatie die door tal van verenigingen verkozen werd als meest geschikte platform voor communicatie met leden en potentiële leden. De nationale vereniging van frituristen Navefri organiseert er zijn Dag van de Friturist, GaultMillau stelt er zijn restaurantgids voor het volgende jaar voor, Cafechocolat organiseert er een Belgian Barista Championship en de Meesterkoks van België een wedstrijd voor de beste ambachtelijke kok.

Al die activiteiten samen zorgen ervoor dat Horeca Expo heel breed mobiliseert. Zaakvoerders én personeel van de meest uiteenlopende types horecazaken willen in november graag een halve dag in Flanders Expo doorbrengen om er voeling te krijgen met wat in hun branche gaande is. Organisator Flanders Expo wist de afgelopen jaren het momentum van Horeca Expo hoog te houden door extra aandacht te besteden aan innovatieve producten, diensten en concepten voor de diverse deelsegmenten van het horecabedrijf. Daardoor is de manifestatie ook voor de leveranciers-exposanten een richtpunt geworden: nieuwigheden voor de Belgische markt worden in principe op Horeca Expo gelanceerd en nergens anders.    

 

Huisshows

Aan de andere kant van het spectrum vinden we een aantal zogeheten huisshows die door grote distributeurs worden georganiseerd. 
Vergelijkbaar qua opzet zijn de XL Days van distributeur Deli XL, onderdeel van de Bidvest Group ltd. Het bedrijf heeft drie vestigingen in België en organiseert twee keer per jaar een tweedaagse beurs voor haar klanten, goed voor een negentig exposanten en duizend vakbezoekers.

Zowel de XL Days als de Collectiviteitenexpo zitten op de wip tussen “vakbeurs” (in de academische zin van het woord) en bedrijfsevenement. Beide leggen een grote nadruk op de belevingswaarde door op elke stand uitgebreide proefmogelijkheden te voorzien. Dat is bij een dergelijk evenement iets makkelijker te doseren: alle bezoekers die door de gangen struinen, zijn actieve klanten. De ruis op sampling is dus tot een minimum beperkt. Voor het overige spelen dergelijke manifestaties perfect in op de sociale drijfveer. Elke bezoeker wordt ontvangen door “zijn” vertegenwoordiger, die als gastheer fungeert en zorgt dat er na afloop van het bezoek iets te eten en te drinken geserveerd wordt. Gratis, dat spreekt vanzelf.

 

Regionale ambities

Tussen een nationale vakbeurs en private shows is nog voldoende ruimte voor manifestaties met een regionale missie. In het noorden is Tecnic’Hotel sinds jaar en dag hét treffen voor de kusthoreca. Horecatel heeft een soortgelijke aantrekkingskracht op de (hoofdzakelijk) Franstalige horeca uit het zuiden.

Horecatel in WEX (Marche-en-Famenne) stak van wal in 1966 en is ondertussen aan zijn veertigste editie toe. Vooral toen de manifestatie in  2001 van een veredeld tentenkamp verhuisde naar de gloednieuwe beursinfrastructuur van WEX, vreesden de andere horecabeurzen even dat de ambities van Horecatel opnieuw een hoge vlucht zouden nemen.

De dominante positie van Horeca Expo in Gent zorgde er evenwel voor dat de ambities van Horecatel binnen de regionale perken bleven. Ook Tecnic’Hotel, die precies acht jaar ouder is dan Horecatel, was een soortgelijk lot beschoren. In de gouden dagen was Tecnic’Hotel een heuse slijtageslag voor de exposanten. Vijf dagen lang werd tot diep in de nacht gefuifd, zodat de zakelijke doelstellingen maar al te vaak verwaterden. Er waren enkele “crisisedities” voor nodig om Tecnic’Hotel opnieuw op het goede spoor te krijgen en de ambities van de vakbeurs aan te passen aan de reële marktsituatie.  Die komt er in enkele woorden op neer dat de fabrikanten voor de nationale manifestatie kiezen, de (kleine) groothandelaren beter gebaat zijn met een regionale manifestatie en enkele grote spelers voldoende draagkracht hebben voor een eigen evenement (dat deels door hun leveranciers gefinancierd wordt).

Die drukke bezetting staat overigens geen nieuwe initiatieven in de weg. Ook de Limburgse horeca wou een eigen manifestatie en dus werd in 2002 in de Hasseltse Grenslandhallen Hôtexpo in de steigers gezet. Die vakbeurs kende een wat moeilijke start, maar veroverde uiteindelijk toch een plaatsje aan het firmament toen acht Limburgse horecagroothandels besloten de handen in elkaar te slaan en hun eigen huisshows te vervangen door een aanwezigheid op Hôtexpo.

 

Nederland

In Nederland is de op één na oudste manifestatie – Horecava, die in januari zijn 50ste verjaardag vierde – de vakbeurs met een nationale uitstraling. Horecava groepeert zowat zeshonderd exposanten, die in vier dagen tijd bijna vijftigduizend vakbezoekers genereert. Ooit lagen die cijfers zelfs bijna dubbel zo hoog, maar toen werden nog volop vrijkaarten rondgestrooid. Ondertussen is het allemaal wat zakelijker en wordt eerder het aantal vertegenwoordigde bedrijven geteld dan het aantal fysieke personen.

Ook Horecava ontsnapte niet aan de herverkaveling van het beurslandschap. Van meet af aan kreeg ze in het zuiden geduchte concurrentie van de horecavakbeurs BBB in Maastricht, die vanaf 2004 een team vormt met de European Fine Food Fair, voor het hogere marktsegment in de horeca. Het bijzondere aan de EFFF is haar toelatingsbeleid. Deze beurs voor de top van de gastronomie is exclusief en op uitnodiging. Ook voor exposanten  geldt een behoorlijke ballotage. Robèr Rose, beursmanager van de EFFF: ‘Het is onze taak om de formule van de beurs zuiver te houden. We willen alleen topproducten en topleveranciers. Chef koks en sommeliers in deze sector werken het jaar rond keihard. Dus als ze een evenement in hun agenda zetten, moet het wel zin hebben.’

 

Concurrentie

In de zestiger jaren werd het horecabeurzen-aanbod uitgebreid met de Horeca Vakbeurs Brabant. En in de jaren negentig mikte ook de vakbeurs Horesca in Zuid-Laren op de horecaprofessionals uit het noorden van het land. Door de sluiting van de Prins Bernardhoeve in juni 2006, moet Horesca noodgedwongen naar Leeuwarden verhuizen. Het laatste nieuws is dat de beurs is uitgesteld van februari naar november 2006. De onduidelijkheden rond Horesca was voor organisator Buro Expo Partners het signaal om zelf ook een horecabeurs op de rails te zetten. De eerste editie van de Horeca Salon van het Noorden, in de Groninger Martinihal, is inmiddels al achter de rug en vond plaats van 6 tot 8 februari 2006.

Niemand kan tegen deze vrije concurrentie zijn, maar de versnippering lijkt ook de beroepsverenigingen ondertussen toch wat zorgen te baren. Welke manifestaties van de branche verder krediet zullen krijgen en welke niet, moet in de vroege lente duidelijk worden, wanneer alle concurrerende evenementen elkaar voor het eerst getrotseerd zullen hebben.

 

Nieuw fenomeen

Regionale horecabeurzen zijn er in alle soorten en maten. Geregeld valt er bij de veelgeplaagde exposanten de wens te horen om meer centralisatie. Maar, zegt een exposant niet met naam genoemd wil worden: ‘Dat is ook gemakszucht. Je wordt inderdaad veelvuldig lastig gevallen om mee te doen aan die beurzen. Maar je kiest uiteindelijk zelf. Iedereen moet zijn eigen afweging maken. Als je de markt in het oosten wilt bedienen, kan dat een reden zijn om voor Zwolle of Hardenberg te kiezen. Als dat niet het geval is, zeg je gewoon nee. Vaak doe je op die regionale beurzen wel concrete zaken. Eigenlijk moeten we als exposant blij zijn met zo’n uitgebreid aanbod aan beurzen.’

Een nieuw fenomeen is de opkomst van de consumentenbeurzen op horecagebied. Horeca als lifestyle. Eten en Genieten in Nederland en Kokkerello in België  zijn duidelijke voorbeelden. Opmerkelijk daarbij is ook de aanwezigheid van horecagroothandels, waar de particulier toch eigenlijk niet terecht kan. Een slimme zet; menig ondernemer die beroepshalve een pasje voor de groothandel heeft, gebruikt het pasje ook voor privé inkopen bij bijzondere gelegenheden. Op beurzen als Salon van de Smaak en Eten en Genieten, komen de groothandels die gepassioneerde ondernemer of diens partner wel tegen. En dat zijn vaak niet de minst draagkrachtige bezoekers. 

(Uit Expovisie 577)