Food Week | Expovisie

Food Week

Een vakbeurs als platform voor de levensmiddelenbranche. Zo is de Nationale Food Week (3 – 6 april Jaarbeurs Utrecht) te omschrijven. Voortgekomen uit onder andere de Slavakto (slagersbranche) en de Roka. Het aanbod op de Nationale Food Week is zeer breed. (Door Huub Klompenhouwer)

De slagersbranche, de bakkerswereld, kaas en delicatessen en supermarkten, winkelinrichting, dranken. Kortom het brede gamma. Aan de opzet van de beurs mankeert weinig. Aan de uitvoering kan des te meer nog gesleuteld worden en dat gebeurt ook nog, vertelt Ditte Ooms, beursmanager VNU Exhibitions . Het is de tweede maal dat de beurs als Nationale Food Week georganiseerd werd en van een doorslaand succes is nog geen sprake. Maar de terugval van bezoekers, van 32.500 naar de ruim 25.000 van dit jaar houdt gelijke tred met de terugval van het aantal exposanten.  De visie van VNU Exhibitions is helder. Ervaringen leerden dat kleine gespecialiseerde beurzen in deze branche op termijn geen bestaansrecht meer hebben. Door een breed platform te creëren, moet de verschillende sectoren in de branche een nationaal podium geboden worden, waar iedere sector zich thuis voelt en de synergie moet komen van de gezamenlijke presentatie. Naar aanleiding van de tweede editie moeten wel vraagtekens geplaatst worden bij de succeskansen van een dergelijke brede branchebeurs. Herkennen de verschillende branches zich nog wel in de nieuwe aanpak? Voor de slagers was er een goede segmentering. De traditionele wedstrijden trekken bovendien een vaste schare slagers en personeel.  De bakkerswereld heeft zijn eigen BakkerijDagen. Daar zit niet een aanwijsbare klad in. Bakkers zijn druk bezette mensen en als zij nauwelijks toegevoegde waarde vinden in deze brede beurs, is het de vraag of er van die bezoekerskant ooit wel voldoende animo zal komen. Supermarkten hebben door de greep van hun franchiseorganisaties steeds minder speelruimten en centrale inkoop maakt een beursgang ook al minder noodzakelijk, tocht laat de supermarkt zich wel zien op het evenement. Het brede aanbod vertaalt zich ook een brede diversiteit aan bezoekers. Neem die eerder genoemde slagersbranche. Veel personeel, dat ook getrakteerd werd op de beurs. Leuk uitje, veel te genieten en te proeven. Het zijn geen beslissers en dus voor menig exposant wel het praatje, maar niet de business.  Voor de organisatie is het de vraag of horeca wel in de formule past. Een vraag die nog aan gewicht toeneemt als gekeken wordt naar het grote aanbod aan regionale horecabeurzen en de Horecava in Amsterdam. Op de beurs was het Gastvrijheids Gilde een misser. Het gilde heeft het verbeteren van de gastvrijheid in de horeca en dienstverlening ten doel gesteld. Samen met het Koksgilde zijn ze binnengehaald omdat de verwachting was dat ook de horeca goed zou passen in het beeld van het evenement. En dus was voor deze beurs gekozen om de nationale finale van hun regionale wedstrijden te houden. Maar waar ze vorig jaar op de consumentenbeurs Overheerlijk in diezelfde Jaarbeurs nog veel aanloop hadden, bleef de stand ditmaal goeddeels steriel. Secretaris Ferry Olde Bijvanck: “Het is waar, de belangstelling hield niet over, maar het ontbrak ons aan tijd om een programma neer te zetten dat veel meer detailhandel en recreatie gericht is. Zover zijn we ook in de ontwikkeling van het gilde nog niet.” Om diezelfde reden viel de wedstrijdkeuken van het Koksgilde uit de boot. Zeker ook omdat er op gehoorafstand van de slagers door de Meesterkoks wedstrijden gehouden werden met een vegetarisch menuthema.  Wel of geen horeca in het concept. Zo eenvoudig is de afweging niet. Er is een trend, dat steeds meer slagers en andere speciaalzaken zelf caterconcepten ontwikkelen en kant en klare maaltijden verkopen. Dat betekent aandacht voor koken, apparatuur en bijvoorbeeld verpakkingsoplossingen. En dus is ook daar weer een argument vóór een koksgilde, al zal dan wel de invulling van hun programma aangepast moeten worden. Niettemin ook een groot compliment voor de organisatie. De registratie van de beursbezoeker is transparant. Aan het einde van iedere dag is er ook voor de exposanten een gedetailleerd bezoekersverslag. Niet alleen de aantallen bezoekers (in totaal ruim 25.000) maar ook de geografische herkomst, de sector waar ze werkzaam zijn, de functie en de interesse. Het leert de exposant dat driekwart van de bezoekers uit de provincies Gelderland, Utrecht, Noord- en Zuidholland en Brabant komen. 28% is ondernemer, 24% is medewerker, 13 % manager/bedrijfsleider en 12 % is student. Supermarkten (22%) en versspeciaalzaken (29%) vormen de belangrijkste werkgebieden van de bezoekers. De grootste belangstelling gaat uit naar de verswaren (64%) terwijl 45 % van de bezoekers aangeeft in het gehele beursprogramma geïnteresseerd te zijn. Cijfers die nog meer duidelijkheid verschaffen als er bijvoorbeeld een nadere analyse gemaakt wordt hoeveel van de eigenaar/ondernemers in welke sectoren geïnteresseerd zijn. Maar dat zal zonder enige twijfel ook wel gebeuren.

Toch, ook zonder die analyses, is de belangrijkste vraag of de beurs in de toekomst als een brede beurs georganiseerd moet blijven worden. Een mogelijkheid zou kunnen zijn om in plaats van een brede beurs juist de kleine zelfstandige beurzen te organiseren,met een eigen toegangsbeleid. De gekwalificeerde bezoeker wordt de mogelijkheid geboden om de verschillende beurzen op dezelfde dag te bezoeken en zou dat ook tevoren kenbaar moeten maken. Op die manier schept organisator VNU Exhibitions de grootste duidelijkheid in doelgroep en bereikcijfers en kan de exposant zich concentreren op de klanten die voor hem of haar wel interessant zijn.

Beursmanager Ditte Ooms: “De bezoekersgegevens bieden straks in combinatie met de uitslagen van de exposantenenquêtes, een veelheid aan gegevens, waarop we met de exposanten en de brancheverenigingen aan de slag kunnen. Jaarlijks of tweejaarlijks, segmentering, nieuwe onderwerpen en thema’s. Het is duidelijk dat ook deze tweede edities sterke en minder sterke punten heeft. Van die laatsten kunnen we vooral leren.”