Expovisie 571: Exposeren in Oost-Europa | Expovisie

Expovisie 571: Exposeren in Oost-Europa

Het daget in het Oosten!

 

Met vallen en opstaan. Als er één uitdrukking is waarmee je de evolutie van de Centraal en Oost-Europese economieën naar een vrije markteconomie kan typeren, dan is het wel deze.

Het daget in het Oosten!

 

Met vallen en opstaan. Als er één uitdrukking is waarmee je de evolutie van de Centraal en Oost-Europese economieën naar een vrije markteconomie kan typeren, dan is het wel deze.

De ene keer zit het wereldwijde economische klimaat tegen, een andere keer zijn het de politieke oprispingen van heimwee naar vroeger (betere?) tijden. Ook de beurzen in Oost-Europa volgen het grillige pad naar meer ondernemingsvrijheid, meer concurrentie en meer mondiale markt. Brno Trade Fairs in Tsjechië en Poznan International Fairs in Polen lijken het best bij de les te zijn.

Telkens als Europa uitbreidt met lidstaten en kandidaat-lidstaten, verschuift het middelpunt, niet alleen strikt geografisch, maar vooral ook mentaal. Waren de nieuwe staten van het voormalige Oostblok tot voor enkele jaren terra incognita, dan is daar de afgelopen vijf jaar snel verandering in gekomen.  Dat is voor een belangrijk deel te danken aan een meer internationale oriëntering van de lokale economieën aldaar. In die heroriëntering spelen beurzen en beurscomplexen een sleutelrol. 

 

Eigentijdse cultuur

Een markant voorbeeld van een snelle internationalisering is wellicht Veletrhy Brno, gemakshalve Brno Trade Fairs and Exhibitions (BVV) of Messe Brno genoemd. Het oudste deel van de infrastructuur dateert van 1928, toen naar aanleiding van de tiende verjaardag van de Tsjecho-Slovaakse Republiek een tentoonstelling over eigentijdse cultuur werd georganiseerd. Het 30.000 vierkante meter grote gebouw kreeg een herbestemming als beurscomplex en tot de tweede wereldoorlog werden er een vijftigtal – hoofdzakelijk lokale en regionale – evenementen georganiseerd.

Pas diep in de vijftiger jaren werden beurzen voor Brno echt belangrijk. De capaciteit werd geleidelijk aan uitgebreid en in 1959 vond de eerste Internationale Engineeringbeurs er plaats. Op dit ogenblik beschikt het complex over 107.000 m² overdekte tentoonstellingsruimte en 89.000 m² in de openlucht. Er vinden jaarlijks zo’n veertig manifestaties plaats, waarvan de helft een nummer één-positie bekleedt in Centraal en Oost-Europa.

De internationale bekendheid van BVV kreeg een serieuze boost toen in juli 1998 Messe Düsseldorf een meerderheid van de aandelen verwierf. Plotseling kon Brno gebruik maken van de knowhow van één van de sterkste spelers op wereldniveau. In versneld tempo werd het serviceaanbod bijgesteld, de communicatie naar een hoger niveau getild en een strategie ontwikkeld om de legendarische Tsjechische stugheid te omzeilen. En de aanpak werkte. Ook in economisch mindere jaren kon BVV tweecijferige groeiresultaten voorleggen. Al drie jaar op rij staat de onderneming in de top tien van de belangrijkste Tsjechische bedrijven. Het aantal buitenlandse exposanten neemt elk jaar toe en zit nu op ongeveer de helft.

 

Bruggenhoofd

Het internationale succes van Brno is voor een belangrijk deel te danken aan de goede uitbouw van de hub-functie. Brno ligt “dicht genoeg” bij het voormalige Oostblok om bezoekers uit alle nieuwe Europese landen naar Tsjechië te krijgen. En op het gebied van dienstverlening ligt Brno dicht genoeg bij de oude West-Europese landen om potentiële exposanten niet af te schrikken. Want hoe je het ook draait of keert, voor veel beslissingnemers blijft dat het grootste obstakel om in Centraal en Oost-Europa activiteiten te ontwikkelen: het gebrek aan transparantie en het gebrek aan zekerheid.

Brno wil haar positionering als hub gaandeweg versterken. Mede daarom werd afgelopen jaar in Wenen een Contact Center geopend en werd in Moskou een permanente vertegenwoordiging geïnstalleerd. Beide moeten de instapdrempels wegnemen en de gebruiksvriendelijkheid verhogen.

In eenzelfde poging om – echte of vermeende – onzekerheid weg te nemen, investeerde BVV ook in een aantal dochterondernemingen die zorgen dat logies (Brno Inn), personentransport (BVV Fair Travel) en catering (Expo Restaurant) op “Westerse” leest geschoeid zijn. Dat hoeft niet eens zo heel erg veel te verschillen van hoe het in de omliggende regio’s toe gaat, maar het idee alleen al zorgt ervoor dat BVV bij West-Europese bedrijven goed in de markt ligt.

 

Locomotief

Ook elders in het voormalige Oostblok hebben steden ambities op de internationale B&T-scene, maar heel vaak blijven die ambities steken op het niveau van “<@pc>möchte gerne<@$p>”. Je kunt je afvragen hoeveel er buiten Brno om nog te rapen valt.

’Ook elders beweegt het’, vertelt Peter Vanduyfhuys van Eastwards. Zijn organisatie begeleidt bedrijven die activiteiten in Oost- en Centraal Europa willen ontwikkelen. Als het over beurzen gaat, ziet Vanduyfhuys naast Brno nog een tweede kandidaat: ‘De Poolse stad Poznan is van oudsher een business-stad. Al in de veertiende eeuw kreeg de stad middels een handelsbul bijzondere vrijheden. In de vijtiende en zestiende eeuw kende Poznan een grote bloei als belangrijk handelscentrum. En ook vandaag ademt de hele stad het zakendoen. In dat klimaat floreert een beurscomplex uiteraard.’

Poznan neemt in zijn eentje meer dan vijftig procent van de verhuurde standoppervlakte voor vakbeurzen voor zijn rekening en nagenoeg veertig procent van alle exposanten in Polen. Waar de activiteiten vroeger grotendeels tot het eigen huis beperkt bleven, zie je de laatste jaren dat Poznan International Fair (PIF) zich steeds meer profileert als locomotief van het economische weefsel in Polen. PIF organiseert een veertigtal beurzen, die samen honderveertig industrietakken bedienen, in Poznan, maar ook in de andere Poolse beurssteden. Bovendien is PIF de grootste contractor voor Poolse groepsstanden op internationale vakbeurzen in het buitenland.

 

Infrastructuur

Op dit ogenblik beschikt PIF over veertien goed uitgeruste hallen, goed voor zowat 120.000 vierkante meter tentoonstellingsoppervlakte. Het complex ligt pal in het centrum en vooral bij grotere evenementen zorgt dat nogal eens voor logistieke problemen.  

Peter Vanduyfhuys: ‘Na de economische vrijmaking en het heroriënteren naar een markteconomie heeft Poznan vrijwel onmiddellijk zijn oude elan teruggevonden. Het stadsbestuur reageert zeer alert op veranderingen en investeert echt in het economische leven. Poznan ligt dicht bij Duitsland – Berlijn is hooguit 250 kilometer ver – en na de voltooiing van de autoweg A2 zal het de eerste Poolse stad zijn die rechtstreeks met Duitsland verbonden is. Maar dat alles neemt niet weg dat er nog een paar heikele punten zijn. Eén ervan is de hotelcapaciteit. Als er in PIF een grote internationale beurs plaatsvindt, dan zitten in een straal van honderd kilometer alle hotels vol. Tijdig boeken is dus de boodschap.’

’Het verkeer van en naar de beurs komt ’s ochtends en ’s avonds pal in de spits terecht en ook dat is een probleem dat om een oplossing vraagt. Wat die oplossing dan precies moet worden, daar is men in Poznan nog niet helemaal uit. Er circuleren geruchten over een gloednieuw complex buiten de stad, vlakbij de autoweg A2. Maar er liggen nog geen plannen op tafel en er is nog niks gebudgetteerd, dus de opening ervan is nog niet voor morgen.’