Chris Aelberts: 'Straks misschien kruidenboer, maar nu nog sales jongen'
Chris Aelberts

‘Straks misschien kruidenboer, maar eerst nog even sales jongen’

In de Lardinoisstraat haasten op een druilerige januari-ochtend een handvol voetgangers zich naar de Kruisstraattunnel. In de Nail Boutique heerst een drukte van jewelste, maar de grote gevel ernaast staat er somber en verlaten bij, als een steen geworden ‘Wat nu?’-vraag. Het Beursgebouw in Eindhoven sloot op 31 december definitief de deuren. Dat lot zat ingebakken in een akkoord uit de vroege jaren negentig tussen de stad en een consortium van stadsontwikkelaars: het gebouw zou tien jaar openblijven, daarna zou de hele zone herontwikkeld worden.

“Die deal hield geen rekening met allerlei andere ontwikkelingen”, zegt Chris Aelberts, die bijna drie decennia het gezicht van Beursgebouw Eindhoven was. “De economie kwam in zwaar weer terecht, in de regio openden andere beursgebouwen hun deuren, op cruciale momenten was er ontoereikend budget… We hebben 28 jaar lang rendabel gedraaid, maar het beleid was wel vanaf dag één afgestemd op dat tijdelijke kader. Ooit zou het afgelopen zijn en zouden de evenementen naar een nieuwe locatie moeten verkassen.”

Brainport

In 2010 stak de Stichting Brainport van wal, een samenwerking tussen 21 gemeenten, een dozijn bedrijven en een handvol opleidingsinstituten. Het doel: van de regio de belangrijkste hub maken voor de hi-tech maakindustrie. Voor de enen is het initiatief een belangrijke motor om kenniswerkers aan te trekken en jobs te creëren, voor anderen een nobel voornemen met een fraaie website.

Chris Aelberts: “Eindhoven is van oudsher een werkstad, de regio heeft onmiskenbaar troeven voor de kennisindustrie en ik neem aan dat de goeie wil er ook is. Maar om dat dan in concrete acties om te zetten, is blijkbaar een heel moeizaam proces.”

“Je zou denken dat je op een mooie dag toch tot het inzicht komt dat je een plek nodig hebt om al die knappe koppen fysiek bij elkaar te brengen – een congresgebouw dus – maar zo ver zijn we dus nog niet.”

“Pas nu het Beursgebouw dicht is, is het circus op gang gekomen: wát gaan we doen? Waar gaan we het doen? Wie gaat het doen? Hoe gaan we het doen?… Er zou een leuk bedragje klaarliggen voor ‘iets’, maar niemand weet waarvoor concreet, laat staan dat er een bouwplan of zelfs maar een locatie is.”

Reservebank

Chris Aelberts begon zijn beurzencarrière in de Geulhal in Valkenburg, waar al in 1979 een voorloper van de huidige TEFAF plaatsvond. Hoewel hij er maar enkele jaren bleef, kreeg hij al snel de reputatie van een vrijbuiter. Nieuwe evenementen op de agenda zetten en zodoende het beurs-establishment jennen werden een tweede natuur.

Chris Aelberts: “We hadden geen leermeesters, dus je probeerde maar wat. Caravans, fietsen, vakanties, overstock, antiek, wonen, hondenshows… Regelmatig kreeg ik een boze brief uit Utrecht of Amsterdam, dat ik die of die beurs helemaal niet mócht organiseren. Dat was doorgaans het signaal om er nog harder tegenaan te gaan.”

“In 1988 verkaste ik naar Eindhoven, met de Artiesten & Evenementenbeurs. Dat werd een voltreffer.”

“Toen ik drie jaar later directeur werd van Beursgebouw Eindhoven, kwam meteen ook de vraag ‘Hoe kan ik deze infrastructuur wapenen tegen de grillen van het evenementenlandschap?’.”

“In Han Bosman vond ik een zielsverwant en samen zetten we Organisatie Groep Zuid op de rails. Het idee was een soort reservebank te creëren voor het geval de beurshallen te lang leeg zouden blijven, maar gaandeweg is OGZ een eigen koers gaan varen die hen op allerlei locaties in binnen- en buitenland brengt. Ondertussen hebben we een portfolio van tien vakbeurzen en de grote landelijke onderwijsbeurzen die het verschil maken. Daar ben ik best wel trots op.”

Chris Aelberts voor een visual van zijn MAP Expo
In National Branding & Investment (NBI), met MAP Expo al meest zichtbare evenement, kon Chris Aelberts opnieuw zijn energie kwijt. | Foto: Caroline Martinot

Asbakjes

In 2010 besloot Aelberts een stapje opzij te zetten en stille vennoot te worden in OGZ. Maar al snel kwam hij met een nieuw idee voor de pinnen waar hij ook vandaag nog al zijn energie in kwijt kan: Ethical & Fair Trade Market Place, al snel omgedoopt tot National Branding & Investment (NBI), met MAP Expo al meest zichtbare evenement.

Chris Aelberts: “Ik zag in de wereldwinkel allerlei rare asbakjes staan. Kleurrijk, dat wel, maar wat stelt het economisch voor? Ergens op een Filipijns eiland heb je zo’n handige harry die uit een stuk hout een asbakje kerft, zijn vriend geeft er een likje verf op en helemaal aan de andere kant van de waardeketen heb je dan zo’n brave ziel die dat asbakje koopt voor een paar euro. Als diezelfde Harry nou eens een asbakje zou maken – of iets anders – dat in de smaak valt bij het publiek van de Bijenkorf en Vroom & Dreesman, dan ga je toch een stuk harder, niet?”

“Ik ging al snel beseffen dat er een gigantische markt open lag voor het organiseren en faciliteren van gestructureerde, vraag-gestuurde inkoop. Zo is ETFAM van start gegaan: inkopers en designers van hier samenbrengen met de handjes van daar en kijken wat je voor elkaar kunt betekenen. Het liep heel erg lekker, – tot op het moment dat de inkopers zelf de weg vonden naar de kleine producenten in het zuidelijk halfrond.”

Contouren

Vraag-gestuurde processen waren de kwintessens van het nieuwe businessmodel dat Aelberts voor ogen had.

Aan een medewerkster vroeg hij om even uit te plooien hoe je dat principe bijvoorbeeld op de landbouw zou kunnen toepassen. Niet op de ‘gevestigde’ landbouw van bieten en knollen en maïs, maar op een of andere niche.

Stilaan werden de contouren van een marktplaats voor medische en aromatische planten duidelijk. Gestructureerde vraag? Check! Onontgonnen potentieel aan de aanbodzijde? Check! Behoefte aan een makelaar met voldoende branie om dingen in beweging te zetten? Check!

Aelberts ging op de koffie bij ambassadeurs en economische vertegenwoordigers, vroeg door over hun ambities en dromen inzake economische ontwikkeling en prikkelde hen met verrassende oplossingen.

Rozenblaadjes

Chris Aelberts: “In Marokko zag ik dat boeren hun percelen omzomen met rozenstruiken. Op het perceel zelf stonden wat schrale plantjes te verpieteren, maar de rozen zelf bloeiden uitbundig. Toen ik die boer vroeg waarom ie het niet andersom deed – een groot veld rozen en eromheen wat kool en uien – keek hij me met grote ogen aan. Weet die man veel dat ergens in een Parijs kantoor de inkoper van Dior voortdurend op zoek is naar tonnen en tonnen rozenblaadjes.”

“En zo gaat het telkens opnieuw. Neem nou Lesotho, waar ik sinds kort mee in gesprek ben: een landje even groot als België, maar bergachtig en helemaal omringd door Zuid-Afrika. De gemiddelde temperaturen zijn er vrij hoog, maar neerslag heb je alleen in de zomer. Als je dat weet, ga je toch niet de hele zooi volplanten met gewassen die elke dag water nodig hebben! Klinkt logisch als ik het zo zeg, maar in de praktijk is het dat allesbehalve.”

“Ook hier trouwens: vraag aan een knollenboer waarom er op zijn akker knollen staan en hij zal antwoorden ‘Omdat daar altijd al knollen gestaan heb’, niet ‘omdat ik daar een leuke stuiver mee kan verdienen’. In ons land zijn we nu – eindelijk – schoorvoetend quinoa beginnen te verbouwen, maar dat is nog maar het begin. Ik voorspel dat Nederland binnen twintig jaar hét kruidenland is.”

Kleinzoon Glenn wordt ondertussen klaargestoomd om de fakkel over te nemen, maar aan klaverjassen is opa Chris nog lang niet toe. | Foto: Caroline Martinot

Beursfabriek

In oktober van dit jaar vindt in de Beursfabriek in Nieuwegein de vierde editie van MAP-Expo plaats. NBI sloot ondertussen een alliantie met Biosfeer van Nick Sinke. De ambitie is om 120 exposanten en 2.000 bezoekers samen te brengen, telkens meer dan een verdubbeling tegenover de jongste editie. De beurs heeft het wetenschappelijke programma aanzienlijk uitgebouwd en zal voor het eerst ook awards uitreiken voor de meest innovatieve producten, technieken en businessmodellen.

Kleinzoon Glenn wordt ondertussen klaargestoomd om de fakkel over te nemen, maar aan klaverjassen is zijn opa nog lang niet toe. Sterker nog: hij gaat weer bijklussen, deze keer als freelance commerciële man van de Beursfabriek.

Kruidenboer

Chris Aelberts: “Fijne lui daar in Nieuwegein. Ze hebben de dingen zeer goed voor elkaar om externe organisatoren te bedienen, maar er was nog wel wat plaats in de agenda voor nieuwe projecten. Nou, dat moeten ze mij geen twee keer zeggen.”

“Vanaf mijn eerste baan als interim-manager in de leisure branche, over Valkenburg en Eindhoven tot NBI International, altijd heb ik verkopen leuk gevonden. Dat verandert niet op de dag dat je 68 wordt. Dit wil ik nog een tijdje doen. En als dat niet meer kan, word ik boer. Kruidenboer…”


Chris Aelberts ten voeten uitChris Aelberts in vijf bijnamen

  1. Vlaamse Eindhovenaar: ‘Ik ben in 1952 geboren in het Belgische Riemst, maar op mijn 17de naar Eindhoven getrokken om er psychiatrische verpleegkunde te studeren. De studie werd niks, maar aan de stad was ik meteen verslingerd. Alleen als ik boos of aan het borrelen ben, spreek ik nog het Vlaamse dialect.’
  2. Cowboy uit het Zuiden: ‘In Amsterdam en Utrecht werden ze bloednerveus van mijn beweeglijkheid als beursorganisator. ‘Out of the box’ en ‘down to earth’, – als je die twee combineert, kan je heel mooie dingen doen. Niet zeuren, maar kort schakelen en goed kijken wat er gebeurt.
  3. Pallieter de Eerste: ‘In 1991 werd ik verkozen tot stadsprins van Eindhoven, maar daarvoor hadden ze eerst het reglement moeten wijzigen. Net als de romanfiguur kijk ik zonder zorgen en zonder schroom tegen de dingen aan.’
  4. Praeses-fan: ‘Ik ben een vurige fan van FC Eindhoven. En een trouwe sponsor. En ook een jaar voorzitter, maar toch te veel fan om een goede voorzitter te kunnen zijn. Mijn drie kleinzonen spelen voetbal en daar ben ik apetrots op.
  5. Gestructureerde bon-vivant: ‘Geniet van alle mooie en leuke dingen die het leven te bieden heeft, maar werk wanneer er gewerkt moet worden. Probeer uit te munten in je job zonder dat het een sleur wordt.’