Beursmeubilair | Expovisie

Beursmeubilair

Aanwezigheid, Afwezigheid, Zaan en Hi-tech. Dat zijn de vier belangrijkste trends die over standmeubilair worden geciteerd.

Aanwezigheid, Afwezigheid, Zaan en Hi-tech. Dat zijn de vier belangrijkste trends die over standmeubilair werden geciteerd.

 

Aanwezigheid doelt op dat soort meubilair dat gezien wil worden en dat een uitdrukkelijke rol toegewezen krijgt in de attentiewaarde van het geheel. Afwezigheid duidt op meubilair dat zichzelf wegcijfert en op een zeer discrete manier aanwezig is. “Zaan” omschrijft een specifiek soort net-niet-zitmeubilair en “Hi-tech” is de verzamelnaam voor meubelen in nieuwe kunststoffen die stilaan hun intrede doen.

Hoewel het in het standgeheel een niet te onderschatten functionele en esthetische rol heeft, is standmeubilair vaak een secundair aandachtspunt. Iets wat enkele dagen voor de beurs nog gauw-gauw geregeld wordt. Da’s een beetje zonde, want net als belichting of grafische elementen draagt standmeubilair bij aan het eindresultaat. En omdat de ketting nooit sterker kan zijn dan de zwakste schakel, verdient de bemeubeling van de stand net zoveel aandacht als alle andere aspecten. Wie bij de les wil zijn, moet daarbij inspelen op één van de hieronder beschreven trends:

 

Trend 1: Aanwezigheid

Vraag een kind om een wagen te tekenen en het zal een grote rechthoek met bovenop een klein trapezium tekenen, met onderin de rechthoek twee halfronde uitsparingen. Vraag datzelfde kind een stoel of een bank te tekenen en het zal een soortgelijke, universele vorm uit de pen toveren. Een stoel is een stoel is een stoel.

Specifiek standmeubilair begint steeds uitdrukkelijker af te wijken van de universele standaardvormen die tot ons collectief bewustzijn behoren. De vormen worden vrijer, voluptueuzer, grilliger, verrassender. Dit soort meubilair is op een heel nadrukkelijke manier in het standbeeld aanwezig.

Een folderrek wordt een eyecatcher, een sofa een architecturaal object dat een cruciale rol speelt in de look van de stand, een – functioneel – volume dat mee de attentiewaarde van de stand bepaalt. Wanneer er geen producten of diensten zijn die op de stand getoond of gedemonstreerd kunnen worden, is opvallend meubilair vaak een uitstekend wapen om niet onopgemerkt te blijven.

 

Trend 2: Hi-tech

Lange tijd zat standmeubilair op de wip tussen projectmeubilair en residentieel meubilair. Projectmeubilair heeft het voordeel dat bij de ontwikkeling veel aandacht besteed wordt aan duurzaamheid, slijtvastheid en gebruiksvriendelijkheid. Designers gaan ervan uit dat het contact tussen een gebruiker en een meubel in een project-context eenmalig is. Dat is de reden waarom projectmeubilair vaak een tikkeltje saai – of toch Omdat het contact tussen gebruiker en meubel in de woonmarkt veel intensiever is, heeft residentieel meubilair vaak een vrijere vorm. De gebruiker ziet het meubel elke dag, “kent” het na een tijdje door en door en weet wat de functionaliteiten en beperkingen ervan zijn. Zowel residentieel meubilair als projectmeubilair bestrijken een breed gamma materialen: hout (massief en plaatwerk), leder, metaal (buiswerk en smeedwerk), glas, textiel.

Het gebruik van kunststof was grotendeels voor projectmeubilair en “feestmeubilair” voorbehouden. Inmiddels hebben klassieke terrastafels en –stoelen in het budgetsegment ook de weg naar de beurs gevonden. Maar ze krijgen voortaan gezelschap van een reeks designartikelen in “nieuwe” kunststoffen met een uitgesproken hi-tech look als polycarbonaat, gegoten acrylplaat en opgeschuimd pvc en polystyreen.

Naast een aantal praktische voordelen zoals het lage gewicht, trekken meubelen in nieuwe kunststoffen vooral de esthetische kaart. Steeds vaker moet op de stand een bepaalde sfeer gecreëerd worden. De algemene vormgeving, de belichting en het oordeelkundig gebruik van visuals dragen bij aan de sfeer, het meubilair bleek vaak een stoorzender voor die sfeerschepping. Designmeubelen in nieuwe kunststoffen – en vooral dan in translucente materialen – blijken zich op een markante manier in het geheel te integreren en absorberen de sfeer om hen heen. Daardoor gaan ze op een bijna organische manier deel uitmaken van het geheel.    

 

Trend 3: Zaan

In de thuismarkt is het aanbod zitmeubilair precies wat het moet zijn: meubilair om in of op te zitten. Wanneer het heel erg onderuitgezakt is, lijkt het soms meer op hangen, maar doorgaans is zitten het devies. In de stand wordt steeds meer aandacht besteed aan een houding die het midden houdt tussen zitten en staan: de wervelkolom rust op het meubilair (wat typisch is voor zitten) maar één of beide voeten blijven op de grond ( wat typisch is voor staan).

Bij dit “zaan” (een mengvorm van zitten en staan) hoort specifiek meubilair: hoge stoelen van het type (lage) barkruk, maar zonder voettrede. Daardoor gaat de gebruiker afwisselend zitten en staan.

Dergelijk zaan-modellen tonen overigens aan dat standmeubilair stilaan een eigen categorie wordt. Tot voor kort was standmeubilair projectmeubilair: modellen die (op grote schaal) geproduceerd worden voor alles wat buiten de categorie privaat meubilair valt (hotels, kantoren, publieke ruimten). Maar blijkbaar hebben designers vastgesteld dat de meubileringbehoeften op een stand net weer iets anders liggen dan bijvoorbeeld in een museum.

Op de stand komt het er op aan een bezoeker gedurende een beperkte tijd enig comfort te geven. Sofa’s waarin je heerlijk diep kan wegzakken, horen eigenlijk niet op een stand thuis. De stand is niet de plek waar bezoekers zich languit kunnen nestelen om enkele aangename uren te verpozen. Daarvoor zijn de investeringen in een beursdeelname te hoog. Specifiek meubilair zoals de zaan-stoel, helpt de verblijfstijd van een bezoeker op de stand te doseren en controleren.

 

 

Trend 4: Afwezigheid

Er zijn inzake meubilair – hoe kan dat ook anders? – ongeveer evenveel trends als er smaken zijn. Wat voor de ene ontwerper absoluut niet (meer) kan, is voor de andere (opnieuw) je van het. Het lijkt wel alsof er bij standbemeubeling Malthusiaanse mechanismen aan het werk zijn: wordt een bepaalde trend door te veel exposanten en hun standontwerpers aangehangen, dan is de neerwaartse beweging al ingezet. Modes en trends volgen cyclische bewegingen en de winkeldochter van vandaag is overmorgen waarschijnlijk opnieuw heel erg hip.

Toch is er een trend die zich steeds duidelijker doorzet: de strakke lijn. Als standmeubilair van projectmeubilair en residentieel meubilair weg evolueert, dan is het in de eerste plaats door een strakkere, soberder vormgeving. In de visueel overweldigende context van een beurs wil elke standontwerper zoveel mogelijk storende factoren – dat zijn factoren die niet wezenlijk bijdragen aan het overbrengen van een boodschap – elimineren. Meubilair kan zo’n storende factor zijn en daarom wordt vaak geopteerd voor meubelen met een minimalistische, zuivere look. Discreet meubilair dat zichzelf in het geheel lijkt weg te cijferen en op die manier voor enige visuele rust zorgt.    

(Uit: Expovisie 574)