Magazine
Contact
Home
Modulaire standbouw: knappe staaltjes werk
Modulaire standen in systeembouw zijn allang niet meer de recht-toe-recht-aan-hokjes die ze twintig jaar geleden waren. De standbouwsystemen van nu zijn snel én mooi om te zien. Maar hoe mooi de modulaire stands van vandaag de dag ook zijn, één ding is niet veranderd: u moet als exposant zelf de finishing touch geven.


Displays, affiches, brochures en tentoongestelde producten moeten op een eenduidige wijze duidelijk maken wie de organisatie is en waar zij voor staat. Daarvoor volstaat de fries alleen niet; vaak hangt die te hoog om echt op te vallen. Driekwart van de bezoekers bekijkt de friezen niet eens en oordeelt op basis van wat lager in het gezichtveld zit of het ja dan nee interessant is om hier halt te houden.
Wie kleine producten verhandelt, heeft ook op een beperkte ruimte van 12 of 16 vierkante meter mogelijkheden om enkele artikelen uit te stallen. Ga na wat de dominerende looprichting is en plaats de tentoongestelde artikelen dwars op die looprichting. Zo merken de bezoekers ze al van op enkele meters afstand op. Verhandelt u grotere producten, opteer dan voor een miniatuur of een krachtig beeld. Dat laatste geldt uiteraard ook wanneer u diensten aan de man brengt.

Niet te vol

Je kunt niet een hele winkel van Sinkel kwijt op een beperkte ruimte. Elke fabrikant wil graag tonen hoe uitgebreid het assortiment is, maar een bezoeker heeft eigenlijk geen boodschap aan het feit dat u in –tig formaten en 235 kleuren kunt spuitgieten. Hij wil het onderdeel in zijn formaat en in zijn kleur. Door de ogen van de aanbieder, is zo’n vol winkelschap misschien een hele prestatie, de bezoeker kijkt echter veel oppervlakkiger en ziet alleen maar een kleurrijke hoop rommel. Door de ogen van een beursbezoeker bekeken is het gangpad een drukke bedoening. Op elke vierkante meter schreeuwt iemand om de aandacht, overal staan dingen te lezen en te bekijken. De doorsnee bezoeker laat alles op zich af komen zonder daar al te veel bij na te denken. Hij oordeelt vlug en vluchtig, op basis van heel uiteenlopende dingen – vaak details die een flits van herkenning genereren – of er op deze stand ja dan nee “iets te rapen” valt. Een te volle stand brengt teveel ruis in dat beslissingsproces. Bezoekers houden om de verkeerde redenen halt en wie u wel wilt zien, loopt gewoon door.

Te technisch?
Zeker op technisch georiënteerde vakbeurzen zie je het vaak: stands waarvan alle wanden bepleisterd zijn met eindeloze schema’s, tabellen, formules en technische uiteenzettingen. Het lijkt wel alsof alles eraan gedaan wordt om de presentatie zo onaantrekkelijk mogelijk te maken. Ook wanneer de beoogde doelgroep bestaat uit ervaren vakmensen is het een vergissing te denken dat zij uitsluitend op hun vaktechnische competenties aangesproken moeten worden. Tijdens hun beursbezoek zijn ze niet aan het werk en willen ze dus ook wel eens iets anders horen. Uit onderzoek blijkt dat het grootste deel van de beursbezoekers zogeheten “oriënterende slenteraars” zijn. Zij lopen door de gangen en laten de boel relaxed op zich af komen. Ze worden verrast, gefascineerd of geboeid door wat ze waarnemen en gaan pas veel later op feitelijke of technische elementen focussen. Het overgrote deel van de technische informatie hoort dan ook thuis in andere communicatiedragers: brochures en catalogi, websites, - eventueel in het standgesprek.

Identificatie
Elk telefoongesprek begint met een begroeting en het uitwisselen van essentiële identificatiegegevens als de eigen naam en de naam van de firma. Ook op een beursstand is het essentieel dat u snel en makkelijk geïdentificeerd kunt worden. De firmanaam en de vestigingsplaats dienen duidelijk vermeld te worden op minstens één wand, van een afstand goed leesbaar. De firmanaam en het logo vormen immers de trait d’union tussen uw aanwezigheid op de beurs en andere communicatie-uitingen. Op een standaard stand zijn de mogelijkheden om ideeën en concepten een driedimensionale vorm te geven beperkt. In dat soort gevallen is het de naam die voor een eerste aha!-reactie moet zorgen. In veel aankoopbeslissingen speelt het nabijheidaspect een belangrijke rol. Mensen geven de voorkeur aan een leverancier die om de hoek woont boven een andere leverancier die mijlenver weg woont. Een duidelijke vermelding van de vestigingsplaats(en) helpt om de bezoeker tot staan te brengen.

What’s in it for me?
Wat ook zijn of haar motieven zijn, er is één vraag die elke beursbezoeker zich voortdurend stelt: what’s in it for me? Hoe kan ik bij dit product of deze dienst mijn voordeel doen? Een goed beurs- en presentatieconcept geeft een duidelijk antwoord op die vraag door gebruikersvoordelen in de verf te zetten. De meest voor de hand liggende manier om dat te doen, is in een demo de gebruikersvoordelen te communiceren. Op een compacte stand is dat meestal geen optie en dus moet u op zoek naar alternatieven. Een goed gemaakte, opvallende visual met een paar trefwoorden kan vaak al voor een sterk effect zorgen. Ook in andere media en in de communicatie die u zelf verzorgt kan naar diezelfde visual verwezen worden: dan zal het herkenningseffect des te groter zijn.

Interactie
Op een grote stand wordt het aspect “interactie met de bezoeker” ingebakken in het ontwerp. Bij een kleine standaardstand is dat niet het geval en wordt wel eens vergeten om een voldoende interactieve aanwezigheid te verzekeren. Een gebruiksvriendelijke touch screen met een spelletje of prijsvraag, een mogelijkheid om dingen te proeven of te proberen, de uitnodiging om deel te nemen aan een wedstrijd en/of een adreskaartje achter te laten. Wereldschokkend is het allemaal niet, maar het helpt wel om de aandacht van de bezoekers een poos gevat te houden en hen – heel even maar – de indruk te geven dat er op die kleine stand toch heel wat te beleven valt.


2009-07-16
Webdesign - Hosting - Techniek: Qball Internet BV